Direct door naar content
Chronisch zieken begeleid naar passende sportkeuze afbeelding nieuwsbericht

Chronisch zieken begeleid naar passende sportkeuze

13 april 2017

Rotterdammers met diabetes type 2 of een hart- en vaatziekte die aan hun conditie willen werken, kunnen hun voordeel doen met Bewegen naar Beter. Een praktijkondersteuner van huisartsen (POH) attendeert hen op geschikt sportaanbod of verwijst naar een fysiotherapeut of naar een sportconsulent van MEE Rotterdam Rijnmond.

Structureel aan de slag
In kwantitatieve zin wás al bekend dat het programma aanslaat. Ruim 170 Rotterdammers met diabetes type 2 of hart- en vaatziekten lieten zich vorig jaar adviseren over sporten en bewegen. Bijna driekwart ging vervolgens structureel sporten.

Onderzoek wijst nu uit dat ook in kwalitatief opzicht sprake is van een succes. Zeven deelnemende diabetici en twee hart- en vaatpatiënten toonden zich positief tijdens interviews. Zij zijn vooral lovend over de persoonlijke begeleiding door een sportconsulent van MEE Rotterdam Rijnmond, de daaruit voortvloeiende geschikte sportkeuze, het toezicht tijdens dit proces én de veilige sportomgeving.

Kenniscentrum Zorginnovatie
Het Kenniscentrum Zorginnovatie van Hogeschool Rotterdam verrichtte het onderzoek in opdracht van Rotterdam Sportsupport, MEE Rotterdam Rijnmond, huisartsenzorggroep IZER en FysioHolland. Anita Feleus, binnen het Kenniscentrum Zorginnovatie werkzaam bij het lectoraat Bewegen naar Gezondheid, is projectleider evaluatie Bewegen naar Beter.

Ervaringen meten
‘We wilden op twee vlakken de ervaringen meten’, zegt zij. ‘Ten eerste: wat vinden deelnemers van Bewegen naar Beter? En ook: wat zijn de ervaringen van fysiotherapeuten, praktijkondersteuners van de huisarts (POH’s), de sportconsulenten en sport- en beweegaanbieders? In beide groepen zijn interviews afgenomen. De zorg- en welzijnsprofessionals zijn bovendien bij elkaar gebracht om te reflecteren.’

Verbindende rol
Zowel de patiënten als de professionals zijn enthousiast over de sportconsulent. Die heeft een cruciale rol binnen het programma en blijkt deze ook waar te maken. Zo tonen patiënten zich content met de persoonlijke aandacht, de inventarisatie van hun specifieke behoeften en mogelijkheden en de daaropvolgende begeleiding naar een sportaanbieder die daar het best bij past. ‘En de professionals waarderen de centrale en verbindende rol van de sportconsulent’, vertelt Feleus.

Fitter
‘Wij bevelen dan ook voortzetting van de samenwerking aan’, zegt ze. ‘De partners zijn bereid hierin te investeren, omdat ze het belang ervan onderkennen. Zo vertellen zorg- en welzijnswerkers dat deelnemers fitter zijn, dat dit een positieve invloed heeft op het sociale leven en mensen uit hun isolement kan halen en dat patiënten soms wat minder medicatie nodig hebben.’

‘Er zijn wel verbeterpunten te noemen in de samenwerking’, vervolgt Feleus. ‘Zo is het belangrijk dat de partners elkaar nóg beter leren kennen en nog beter van elkaar weten wat ze in het traject kunnen betekenen. Het zou bijvoorbeeld kunnen helpen als de POH’s nog wat beter geïnformeerd kunnen verwijzen naar fysiotherapeut of sportconsulent. Verder willen de POH’s graag iets meer weten over het beweegaanbod. De Rotterdamse Sport- en Beweegdatabase staat bij een aantal POH’s ook nog onvoldoende op het netvlies. Tot slot willen de beweegaanbieders graag meer kenbaar maken wat ze voor specifieke groepen kunnen betekenen. Hier gaan de partners de komende maanden met elkaar mee aan de slag.’

×

Zoeken