Direct door naar content
Dayna trekt een hoop bekijks met haar ontbrekende arm. Daarom vestigt ze er nu expres de aandacht op met een robotarm! afbeelding nieuwsbericht

Dayna trekt een hoop bekijks met haar ontbrekende arm. Daarom vestigt ze er nu expres de aandacht op met een robotarm!

05 oktober 2017

Dayna is geboren zonder linker onderarm. Zij zelf vind dat heel gewoon. Haar vrienden ook. Maar in de kroeg krijgt ze weleens aparte reacties van mensen. “Iemand die vraagt of hij mijn stomp aan mag raken, dat slaat alles.”

Het eerste wat ik leerde in mijn studententijd, was dat je twee handen nodig hebt om een biertje te tappen. Ik heb er maar eentje want ik ben geboren zonder linker onderarm. Je zou misschien denken dat mijn puberteit een hel was, maar toen mijn klasgenoten eenmaal wisten wie ik was en dat ik maar één hand had, hebben ze me daar nauwelijks mee geplaagd. Pas toen ik uitging, begonnen mensen commentaar te leveren op mijn handicap.

Het is ingewikkeld om iemand te zijn die zowel houdt van aandacht, mooie kleren en met vreemden praten, als iemand die zich tegelijkertijd ongemakkelijk voelt door diezelfde dingen. Ik wist altijd al dat ik anders was; zelfs naast mijn handicap heb ik een behoorlijk aparte stijl (tegenwoordig draag ik altijd zwart, een choker en laarzen tot over de knie). Maar ik was me er niet bewust van dat andere mensen mij als anders zagen, totdat ik ging studeren. Laat dat maar aan dronken mensen over – die zeggen namelijk precies wat ze denken.

Ik zou mezelf voor de gek houden als ik zou zeggen dat ik verlegen was en dat ik het niet leuk vond toen als er naar me gekeken werd. Ik had zin om voor het eerst uit te gaan bij mijn studentenvereniging – totdat ik de biertap zag. Ik moest mijn glas vasthouden en tegelijkertijd een biertje tappen.

"Ha, heb je hulp nodig?" vroeg een jongen. Ik knikte driftig van ja. Hij schonk mijn glas vol en kantelde het glas als een prof. Hij zei: "Je bent heel knap, weet je dat?" Ik kon zijn charme niet weerstaan. "Dank je," zei ik, terwijl ik mijn armen over elkaar sloeg op een manier waarvan ik dacht dat het leek of ik aan het flirten was. Bij de één-armversie van dit gebaar betekent het dat ik mijn stompje vastpakte. "Dat is zo cool," zei hij, terwijl hij naar mijn arm wees. "Mag ik hem aanraken?" Van binnen schreeuwde ik: "Nee! Nee! Nee!", maar in plaats daarvan zei ik: "Tuurlijk."

Dronken meisjes in de rij bij de wc noemden me 'inspirerend', jongens verzekerden me ervan dat ik 'nog steeds mooi' was, en mijn huisgenootjes zeiden dat ze me 'dapper' vonden. Ik was gewend dat vreemden aan me vroegen hoe het was gekomen, en dat ik ze daarna het saaie antwoord "Ik ben zo geboren" gaf, maar iemand die vroeg of hij mijn arm mocht aanraken – dat sloeg alles. Soms voelen kinderen zonder het te vragen aan mijn arm, maar van volwassenen verwachtte ik meer. Ik dacht dat dit soort directe vragen over mijn handicap niet veel zouden voorkomen in mijn studententijd, waar toch van mensen wordt geacht dat ze ouder en wijzer zijn, maar het gebeurde continu. Tijdens ieder feestje kreeg ik de vraag wat er met mijn arm gebeurd was.

Een tijdje ging ik daarin mee. Het zou nogal een domper zijn als ik, iedere keer als iemand iets zei over mijn handicap, van streek zou raken, dus reageerde ik nonchalant en aardig. Een keer liet ik aan een groep bezopen mensen zien hoe ik mijn veters vastmaakte, en ze applaudisseerden alsof ik zojuist met één hand een pianoconcert van Chopin had uitgevoerd.

Hoewel deze verwondering over mijn vermogen om basale dingen gewoon te kunnen ook als neerbuigend kan worden opgevat, voelde het beter dan te worden afgewezen door mijn handicap. Ik praatte ooit met een jongen op een feestje en hij vroeg me wat mijn tattoo betekende. Ik sloeg mijn vest opzij om het aan hem te laten zien – waardoor ik onbewust de aandacht op mijn ontbrekende linkerarm vestigde. Hoe dat hem daarvoor niet was opgevallen kan ik niet begrijpen, maar ik geef voor het gemak de schuld aan de vele cocktails van die avond. Nog voor ik het verhaal over mijn tatoeage had kunnen afronden, mompelde hij: "Hmm. Nee, nee, daar kan ik niet mee omgaan," en hij vertrok.

Maar binnenblijven om me met mijn handicap te verstoppen, dat past niet bij mij. Er wordt nog steeds naar me gestaard als ik uitga. Ik krijg nog steeds onbeleefde vragen. Maar het voelt nu alsof ik meer controle heb over de reacties van anderen. Sinds een paar maanden draag ik nu het nieuwste van het nieuwste: een bionische prothese – pikzwart en robotachtig. Deze arm is heel anders dan een cosmetische prothese; er is niets normaals aan. Ik vind het geweldig hoe goed hij bij mijn leren jas, laarzen, en tas staat. De prothese is de perfecte accessoire voor een avondje uit en ik wil dat hij mensen opvalt. Mede-feestgangers komen naar me toe en zeggen hoe cool hij is, ze vragen zich af hoe hij werkt en vragen of ik ze een high-five kan geven of mijn middelvinger kan uitsteken. Van deze aandacht heb ik niet zo veel last als toen corpsballen mijn stompje wilden aaien (en waarschijnlijk nog steeds willen). Je ziet tenslotte niet iedere dag een robot-arm. En nu ik ouder word, heb ik ook meer geduld met mensen die me vragen stellen. Ik weet hoe intens cool mijn arm is, waarschijnlijk zou ik iemand zoals ik ook complimenteren.

Als mens, als vrouw, als modeliefhebber, als gehandicapte en nu met mijn robotarm  weet ik dat ik nooit aan de blikken kan ontsnappen. Me uitdossen en uitgaan is een deel van mij en door vreemden benaderd worden hoort daarbij. Maar nu, met mijn bionische arm en mijn (iets) volwassenere uitgaansspectrum, voel ik me minder kwetsbaar als dat gebeurt. Ik ben eraan gewend dat mensen naar me staren – alleen zorg ik er nu voor dat ze lang genoeg kijken, zodat ze me ook écht zien.

Bron www.vice.com

×

Zoeken