Direct door naar content
Vivian (23) wordt steeds meer een kampeertype afbeelding nieuwsbericht

Vivian (23) wordt steeds meer een kampeertype

04 mei 2018

Vivian van Leeuwen (23) is docent Nederlands in spe en heeft een zeldzame darmziekte met chronische vermoeidheid, doofheid, slechtziendheid en rolstoelafhankelijkheid tot gevolg. Ze is opgegroeid met kampeervakanties, maar heeft daar altijd een haat/liefdeverhouding mee gehad – maar dat begint langzaamaan te veranderen.

Ik ben opgegroeid met kampeervakanties. Lange autoritten naar Frankrijk of Italië, samen met mijn zus in één bed slapen, uitgebreid barbecueën… mijn geheugen is gevuld met herinneringen aan campings en caravanavonturen. Als kind dacht ik er nooit zo bij na dat het tijdens het kamperen toch altijd wel erg anders was dan thuis: pas toen ik ouder werd en ook stukje bij beetje zelfstandiger, begon ik te beseffen dat ik het eigenlijk helemaal niet zo leuk vond. Dat ik veel meer een type was van stedentrips en hotels.

Als ik thuis ben, kan ik me voor het grootste gedeelte helemaal zelf redden. Mijn slaap- en badkamer zijn volledig aangepast en dankzij hulpmiddelen als een rollator, een toiletvoorziening en een trippelstoel kan ik volledig mijn eigen gang gaan, zonder hulp nodig te hebben als ik transfers moet maken of dingen nodig heb. Dat vind ik ontzettend fijn, want het betekent dat ik mijn ding kan doen wanneer en hoe ik dat wil. In de caravan is dat echter heel anders: ik heb dan hulp nodig met lopen, met naar het toilet gaan, met de caravan in- en uitstappen, met thee zetten, kleren pakken, wassen… eigenlijk met alles wat ik thuis zelf kan. Ik ben dan veel minder in mijn element en dat is lastig.

Maar ook andere aspecten van het kamperen zijn gewoonweg niet mijn ding. Ik zit veel liever midden in de grote stad dan in een dorpje, ik heb veel liever de luxe van een hotelkamer of appartement dan het primitieve van een camping en ik ga liever uit eten dan te barbecueën. Misschien is dat decadentie, maar het is ook gewoon een beetje wie ik ben. En zwemmen? Op een relatief klein terrein zitten met flink wat andere mensen? Nee, dankjewel. Geef mij dan maar een hotelkamer met bad, kitchenette, een leuk balkonnetje en de privacy van anonimiteit.

Toch heeft het campingleven ook haar charme wel. Ik begin het steeds meer te waarderen om op de camping tot rust te komen en weg te zijn uit de stress van school en werk, lekker veel buiten te zijn en de dingen op je eigen tempo te doen. Dat is toch wel wat anders dan de vaak drukke en gejaagde ambiance van de stad, waar je ook niet zomaar even een paar uurtjes in je hotelkamer gaat zitten lezen of bloggen. En tot laat buiten zitten, genieten van campingkookkunst en het gevoel van vrijheid… dat is uniek. En heel fijn.

Bovendien zit het met dat aanpassen ook wel goed. Tegenwoordig lukt het aardig om trucjes en maniertjes te vinden waardoor ik ook in de caravan vrij zelfstandig kan zijn, en het heeft ook iets fijns om in een ander ritme te rollen waardoor ik aan mijn broodnodige rust en ontspanning toe kom. En, toegegeven: het reizen, het trekken, het zien van onwijs veel mooie plekken en de ervaring van het buitenleven in een ander land… dat levert altijd wel een heel fijn vakantiegevoel en een schat aan herinneringen op. Iets waar een stedentrip toch niet aan kan tippen.

×

Zoeken