Direct door naar content
Hoe een puber van een blinde moeder zich kan voelen afbeelding nieuwsbericht

Hoe een puber van een blinde moeder zich kan voelen

10 oktober 2018

Ellen Koudijs is volledig blind sinds haar vijfde levensjaar. Ze is getrouwd, moeder van twee kinderen en beleidsmedewerker bij het RIVM. Ze schrijft op unieksporten.nl over haar dagelijks leven als blinde, werkende, sportende, moederende vrouw, die zoveel meer is dan haar handicap. 

De Halve van Hoogland is een begrip hier in de regio. Dit jaar was het de veertigste en laatste keer dat deze halve marathon en alle kleinere afstanden werden gelopen. Onze oudste zoon is een echte hardloper. Net als eerdere jaren had hij zich ingeschreven voor de twee kilometer juniorloop. De hardloopwedstrijden zijn onderdeel van een feestweekend vol activiteiten.

Op een zondagmorgen liepen we samen de deur uit. Mijn man en jongste zoon waren al lang weg omdat er gehandbald moest worden. Arm in arm zetten we koers naar het feestterrein. Het hele terrein was afgezet met hekken. Het was behoorlijk omlopen om bij de ingang te komen. We hadden er zeker al twee kilometer opzitten toen we het feestgedruis naderden.

En toen begon het. “Mam, ik ben nu al moe. Moeten we hierheen lopen, omdat jij niet even op de fiets kan.” Ik zei dat hij best in zijn eentje op de fiets had mogen gaan. “Dat is ongezellig”, sputterde hij. “Ik heb helemaal geen zin om te rennen.” “Kan ik ook NIET gaan?”

Ik antwoordde dat hij mocht doen wat hij wilde, maar dat het misschien zonde was van onze wandeltocht om te besluiten niet te gaan. We liepen zwijgend verder. Aan alles voelde ik dat hij er de balen van had. Waarom precies bleef onduidelijk. We slalomden het feestterrein op. Behendig stuurde hij mij tussen fietsers, mensen en hekken door. “Goedemorgen,” zei een vriendelijke stem. Ik antwoordde met een goedemorgen terug. Mijn zoon zuchtte hoorbaar. “Mam! Dat was helemaal niet tegen ons.” We liepen verder de drukte in.

Het gemopper hield aan. “Iedereen zit naar ons te kijken, ik schaam me dood.” Ik begreep natuurlijk heel goed dat je je als puberzoon met je moeder aan de arm schaamt. En zo’n stok leidt altijd tot starende blikken. Er was alleen even geen keus. Ik gooide het over een andere boeg. “Ik denk dat al die mensen hartstikke jaloers op ons zijn. Die willen ook wel met hun zoon aan de arm lopen.” “Het zijn helemaal geen volwassenen die kijken. Meer van die hangjongeren.” “Weet je wat ik denk…” Ik hield de moed erin… “Zij willen eigenlijk ook graag met hun moeder aan de arm lopen. Alleen hebben zij daar geen reden voor. Jij hebt een goed excuus.”

We arriveerden in de buurt van de start. Gelukkig doken er al gauw bekenden op. Meteen werd ik losgelaten. Toen de wedstrijd begon, waren ook zijn broer en vader er. We stelden ons op bij het begin van het parcours. Onze oudste vond vriendjes waarmee hij aan de start stond te trappelen. De puberdwarsheid was verdwenen. Toen het startschot klonk denderden zo’n vijftig elf tot vijftienjarigen voorbij. Na een paar minuten kwamen de eersten alweer in beeld om te finishen. En wat denk je? Die van ons liep net achter de voorhoede van atleten. Hij eindigde als achtste met een supermooie tijd. Toen ik hem complimenteerde met zijn prestatie antwoordde hij: “Ach ja, ik was al warm gelopen met jou, gelukkig dat je er was.”

×