Direct door naar content
Tessa (Downsyndroom) schaatst wedstrijden en fietst gerust de Alpen op  afbeelding nieuwsbericht

Tessa (Downsyndroom) schaatst wedstrijden en fietst gerust de Alpen op 

06 december 2018

Schaatsen, fietsen, skeeleren, turnen, skiën: ben je in je doen en laten beperkt als je het syndroom van Down hebt? Tessa Botman (24) bewijst het tegendeel.  

Tessa was nog maar een baby toen ze al sportief bezig was. Want een baby met Downsyndroom kan net wat meer begeleiding en stimulering gebruiken om te leren kruipen. Daarom was haar moeder Loraine, samen met de fysiotherapeute, al een paar weken na haar geboorte in de weer om met wat eenvoudige oefeningen Tessa’s spieren sterker te maken. Toen ze groter werd, ging ze net als haar vriendinnetjes in het dorp naar peutergym en naar turnen. “Tessa heeft de sportieve genen van haar ouders. Het komt zelden voor dat ze zegt dat ze geen zin heeft om naar haar sportclub te gaan”, vertelt Loraine. 

Doordat Tessa geboren werd meteen schisis (hazenlip) had ze altijd veel problemen aan haar keel, neus en oren. Dat is ook de reden waarom ze een gehoorapparaatje draagt. Loraine weet zeker dat het vele sporten er voor zorgt dat Tessa’s weerstand hoger is en dat ze daardoor minder vaak verkouden is dan voorheen. In de winter is Tessa op de schaatsbaan te vinden,in de zomer gaat ze skeeleren. Schaatsen doet ze gewoon op een reguliere schaatsvereniging. “Ze schaatst met de pupillen mee. Ook al is zijzelf 24 en staat ze tussen de 13-jarigen, het verschil is haast niet te zien omdat Tessa best klein is. Qua beleving zit Tessa op hetzelfde niveau als de kinderen in haar schaatsles.”   

Loraine is nooit bang geweest om haar dochter naar een reguliere schaatsvereniging te laten gaan. “We vallen allemaal wel een keer. Tessa ook. Dat hoort erbij. Als kind liet ik haar ook in klimrekken klauteren en op de trampoline klimmen. We stimuleren haar juist om te doen wat ze leuk vindt. Ze is daardoor sportiever dan de gemiddelde Nederlander. Vooral door wedstrijden wordt ze enorm geprikkeld. Ze weet precies wanneer er weer een schaatswedstrijd is.”

Fietsen, dat is ook iets waar Tessa voor is te porren. Als het gezin ’s zomers door de Oostenrijkse bergen fietst met de mountainbike, dan is Tessa net zo goed van de partij. “Natuurlijk belonen we haar en onszelf achteraf met een lekkere cappuccino en een apfelstrudel als we bovenaan de berg zijn. ’s Winters gaan we skiën, en al gaat ze niet zo hard, ze draait gewoon urenlang op volle toeren mee.”

Tessa leeft op als ze sport, ziet haar moeder. Daarnaast is het goed voor haar stofwisseling, want die ligt bij mensen met het Downsyndroom vaak wat trager. Dik worden ligt daarom wat sneller op de loer. Om dat te vermijden, werkt Tessa met een systeem dat werd uitgevonden door een diëtiste, bedoeld voor mensen met een verstandelijke beperking. “Tessa gebruikt een stippenboek. Het aantal stippen staat voor een bepaald aantal calorieën. Zo kan ze zelf kijken wat ze nodig heeft voor ontbijt, tussendoortje en lunch. Zij mag af en toe ook gewoon een gebakje, maar op deze manier ziet ze wel wanneer ze iets moet kiezen met minder stippen.” Sporten en onder de mensen zijn, dat doet Tessa dus op vele gebieden goed. Saai wordt het nooit, want de ene keer schaatst ze een marathon met haar ouders, een andere keer doet ze een spinninglesje met haar moeder. Los van het feit dat ze er een ontzettend goede conditie van heeft gekregen, geniet Tessa er vooral van om bezig te zijn. Loraine: “Tessa zou echt letterlijk down zijn als ze niet meer zou sporten”.

×