Direct door naar content
Het Unieke verhaal van Frank van Empel: "Kijk nou eerst eens, voordat je schiet!" afbeelding nieuwsbericht

Het Unieke verhaal van Frank van Empel: "Kijk nou eerst eens, voordat je schiet!"

16 september 2020

Door Frank van Empel

Boing, daar gaat mijn lichaam tegen de vlakte van het natte en koude voetbalveld. Er is geen houden aan. ‘Mijn elektroden,’ schiet het door mij heen. Iedereen schrikt. Ik niet het minst. Het is eind augustus 2015, vier maanden na de operatie van mijn hersenen. Lichamelijk gaat het goed met mij. Geestelijk wat minder. Ik mis het wekelijkse partijtje wild voetbal met vrienden op het sportveld van het Sint Janslyceum aan de Zuiderplas in ‘s-Hertogenbosch. Twee pogingen heb ik reeds ondernomen om terug te keren. Vooralsnog zonder succes. Maar dat komt ook door een onverhoedse aanval van wondroos op mijn gestel. Nu ik er klaar voor denk te zijn gaat het mis. Een onschuldig ogende schouderduw brengt mij uit mijn evenwicht. Ik val en weet dat het afgelopen is. Even mocht ik nog de illusie koesteren van een miraculeuze come back, maar die ijdele hoop is nu voorgoed de grond in geboord, zo lijkt het.

Vijftig jaar lang dacht ik dat ik onkwetsbaar was. De wereld was een openbaring en mijn lichaam een tempel. Er zijn maar weinig sporten die ik niet heb uitgeprobeerd. Bewegen was mijn lust en mijn leven. Toen ontmoette ik een boodschapper van de dood, in een lift op weg naar de top van een Franse Alp. Hij stelde zich voor als Chris van der Linden uit Gent. Een Hollander in Belgische dienst. En neuroloog bovendien. ‘Sorry dat ik het zeg,’ zei hij. ‘Beschouw het maar als een vorm van beroepsdeformatie. Maar volgens mij heb jij last van de ziekte van Parkinson.’ We deden een paar oefeningen op 2.000 meter hoogte, die hem in zijn diagnose sterkten. Het was eind februari 2004 en ik was mij van niets bewust. Mijn linkerhand trilde een beetje en ik liep wat voorover gebogen. Maar om nou te zeggen dat ik daar echt last van had, nee. ‘Geen paniek,’ zei Chris, ‘want Parkinson is, zeker in het begin – de zo genaamde wittebroodsweken -  goed met medicijnen te bestrijden.’ We maakten een afspraak, voor de eerste dag na ons beider skivakantie. In het algemeen ziekenhuis Sint Lucas te Gent. Bij nader inzien bleek ik de chronische, progressieve ziekte toen al een jaar of tien aan boord te hebben. Ik weet mijn kriebelige handschrift, mijn onduidelijke praten en mijn trillende handen echter aan overspannen spieren. Geen al te gekke veronderstelling, gezien de roofbouw die ik als journalist op mijn gestel pleegde. Maar die stelling bleek dus niet te kloppen. De ziekte van Parkinson is een duivel in vermomming. Hij sloopt systematisch de aansturing van spieren vanuit de hersenen. Het is een laffe, destructieve ziekte. Ongeneeslijk en progressief bovendien. Wat bij mijn voetbalvrienden automatisch gaat, daar moet ik bewust bij denken. Elke beweging die anderen gemakkelijk afgaat, moet ik eerst in mijn hersenen maken. Reuze vermoeiend is dat. En al helemaal als het gepaard gaat met evenwichtsverlies en bevriezing, het plotseling blokkeren van elke beweging. De ziekte manifesteert zich aanvankelijk traag, maar versnelt daarna steevast op momenten die  slecht uitkomen. Ik bedacht de naam ‘Parkie’ voor hem, de destructieve, ongenode gast van Parkinson Hotel (mijn lichaam). Op het veld, in de zaal en op de baan kon ik mij nog enige tijd handhaven door het aanmeten van een impulsieve, intuïtieve en egocentrische stijl. Overspelen was en is mijn zwakke punt. Daar moet ik extra voor denken en dat maakt mijn bewegingen traag en voorspelbaar. En dus vuur ik meteen als ik een bal zie. ‘Kijk nou eerst eens, voordat je schiet,’ is een verwijt dat ik vaak krijg. ‘Daar heb ik geen tijd voor,’ zou ik willen antwoorden, maar de woorden stokken in mijn keel. ‘Ze begrijpen het toch niet.’ Of het nu om tennis, squash, volleybal, basketbal, of voetbal gaat, maakt geen wezenlijk verschil.

De onverwachte ontmoeting met Chris van der Linden op die bergtop bij Courchevel heeft wel geleid tot een beter begrip voor Parkie. Het is één van de beste ervaringen die ik had kunnen hebben. Hij leerde mij te herkennen wanneer Parkie aan het woord was en wanneer diens alter-ego Franky. Parkie stond voor jaloezie, egocentrisme en niet kijken voor ik schiet. Franky is steevast goed gemutst, positief ingesteld, sociaal en strijdlustig. Was ik thuis of op het veld niet te harden, dan zorgde Chris steevast voor verlichting met de constatering: ‘oh, maar dat is niet Franky, maar Parkie die de controle over jouw lichaam en geest probeert over te nemen. Maar je kunt hem met je wil tegengas geven.’

Vormde 2004 een omslagpunt in het ogenschijnlijk onbekommerd kunnen genieten van bewegen, sinds 2012 ben ik druk doende om terrein terug te winnen op Parkie. Op 26 april van dat jaar promoveerde ik aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op een proefschrift met de toepasselijke titel ‘Allemaal Winnen’. ‘In een wereld waarin de één de ander kapot concurreert,’ citeer ik uit eigen werk, ‘heb je winnaars en verliezers. Het is de vraag of de samenleving er per saldo wel zoveel mee opschiet.’

Het was Chris die mij eind 2014 aanzette tot diepe hersenstimulatie en die mij stimuleerde om de strijd aan te gaan met enkele nieuwe ongenode gasten van Parkinson Hotel, zoals Prostata en de Oude Man, die model staan voor respectievelijk prostaatkanker en ouderdomskwalen als incontinentie, constipatie en gebrek aan energie. Mijn belangrijkste wapen in die strijd is het plezier in beweging. Elke dinsdag dans ik bij Eirini Kreza en Andrew Peter Greenwood van Switch2Move. Elke woensdag speel ik wandelvoetbal op het kunstgras van BLC in Den Bosch. Dagelijks wandel ik met onze honden zo’n 2,5 km, ik fiets en ik probeer mij geestelijk in te stellen op de tegenslagen die ik al voel aankomen, zoals het verliezen van mijn evenwicht, het bevriezen van mijn beweging in de kleine ruimte en de achteruitgang van mijn geheugen, die met name tot uiting komt in het niet spontaan op namen van personen of dieren kunnen komen.

Het wandelconcept biedt nieuwe perspectieven. De spelregels voor wandelvoetbal lijken voor mij gemaakt. Zo mag de bal niet boven het middel uitkomen, wat voorkomt dat de elektroden in mijn hoofd schade oplopen. Elke aanraking is verboden, hetgeen voorkomt dat ik mijn evenwicht verlies. Het tempo is laag, wat maakt dat mijn momenteel slechte conditie minder opvalt. Het spel kan tot op hoge leeftijd gespeeld worden. Belangrijk is de mentale instelling van de sporter. Ik heb mij heilig voorgenomen geen tijd meer te verspillen aan ergernissen over dingen die ik niet zelf in de hand heb. Geen deprimerende gedachten meer toelaten. Met wandelvoetbal krijgt Franky alsnog zijn revanche. Plezier in het bewegen gaat hier voor op het per se willen winnen. De Derde Helft is zeker zo belangrijk als de eerste en de tweede. Dit concept is makkelijk uit te breiden tot andere teamsporten. Persoonlijk kijk ik uit naar het initiatief wandelbasketbal. Basketbal was de eerste liefde onder mijn sporten, tot ik het tempo niet langer kon bijbenen. Als je niet meer mag rennen, behoort een onverwachte terugkeer ook hier tot de mogelijkheden.

Frank van Empel (1954) schreef twee boekjes over de ziekte van Parkinson, te weten Parkinson Hotel (2015) en Parkinson Hotel boodschappers (2018)

Website: www.studiononfixe.nl / E-mail: fvanempel@gmail.com

'Wie belangstelling wil wekken, moet provoceren.'

(Salvador Dali)

'I've learned that people will forget what you said, people will forget what you did, but people will never forget how you made them feel' (Maya Angelou)

Terug naar nieuwsoverzichtAanbevolen berichten

Kijktip: Netflix-docu ‘Crip Camp’

Michiel bedacht een ‘blindengeleide robot’

De beste sporten met een meervoudige beperking

Zoeken
De website wordt doorzocht
Sluit zoeken×