Direct door naar content
Zijn rolstoeltenniscarrière begon dankzij een simpele advertentie uit de krant afbeelding nieuwsbericht

Zijn rolstoeltenniscarrière begon dankzij een simpele advertentie uit de krant

24 september 2017

Voormalig kampioen Tom Egberink (24): “Je moet met een handicap niet achter de geraniums gaan zitten. Als je dat doet, heeft het leven nog maar weinig te bieden.

Tom is geboren met zijn onderbeen op de plaats van zijn bovenbeen. “Ik heb dus maar een half been. In mijn jeugd zat er nog een voetje aan, maar die heb ik op mijn negende laten amputeren. De voet groeide mee, zat in de weg en het ging steeds meer pijn doen. Op een gegeven moment was dat zo erg dat ik er niet meer tegen kon. Toen heb ik samen met mijn ouders besloten om het te laten amputeren. Ik heb nu een mooie stomp en in het dagelijks leven loop ik gewoon met een prothese. Alleen als ik op reis ga of als ik tennis, zit ik in een rolstoel.”

Rolstoeltennis is iets waar Tom per toeval is ingerold. Want als klein jongetje was voetbal zijn passie. “Ik was keeper bij de E1. Ik deed het ook best aardig, maar bij de D’tjes krijg je te maken met een groter doel. Dat was voor mij, met mijn been, niet te doen. Ik moest stoppen, terwijl ik voetbal helemaal super vond. Toevallig zag mijn vader in de krant een stukje over rolstoeltennis. We gingen kijken en ik was direct verkocht."

Hij was niet alleen verkocht, hij was ook nog eens erg goed. Op 13-jarige leeftijd versloeg hij op de baan een lid van Jong-Oranje en zo kwam hij in contact met de bondscoach. Sindsdien heeft hij veel grote toernooien op zijn naam staan. Tijdens de Paralympische Zomerspelen 2012 in Londen stond hij op de twintigste plaats van de wereldranglijst. Maar het zat Tom echt niet alleen maar mee op de tennisbaan. Vlak voor de Paralympische Zomerspelen in Rio liep hij een elleboogblessure op en in Rio ging hij zonder medailles naar huis. Maar sporten staat voor Tom niet alleen voor winnen. Het staat ook voor een levenshouding.  “Je moet met een handicap niet achter de geraniums gaat zitten. Voor wie dat doet, heeft het leven nog maar weinig te bieden. Als je een sport kiest en daar mee bezig bent, leef je op. Je hebt andere mensen om je heen die ook een handicap hebben. Dat stimuleert om door te gaan. Andere sporters zien je niet als zielig. Dat zijn we namelijk niet.”

De steun van zijn ouders is voor Egberink heel erg belangrijk geweest. En dat is het nog steeds. “Zonder mijn ouders was ik nooit zo ver gekomen. Doordat mijn vader waanzinnig veel tijd heeft gestopt in het zoeken naar sponsoren, heb ik de wereld rond kunnen reizen om de benodigde punten te halen om aan mijn grootste wens te voldoen: meedoen aan de Paralympische Spelen. Mijn ouders komen nog steeds graag kijken als ik een leuke wedstrijd in Duitsland speel. Ze zijn wel trots, maar daarnaast ook ontzettend nuchter. ‘We hebben nog een zoon’, zeggen ze als de aandacht weer eens te veel naar mij gaat. Daarnaast stimuleren ze mij ook om te blijven studeren, want als je af moet haken met een blessure, heb je er niets meer aan dat je wel aardig kon tennissen.”

×

Zoeken