Direct door naar content
Alleen maar ‘normale’ kinderen, dat zou toch saai zijn? afbeelding nieuwsbericht

Alleen maar ‘normale’ kinderen, dat zou toch saai zijn?

14 november 2017

Vala (35) heeft een autistische zoon van 7 jaar. Dat is soms lastig, want zijn stoornis brengt de nodige moeilijkheden met zich mee. Maar, het maakt hem juist ook tot het bijzondere jongetje dat hij is.

Er zijn dagen dat ik zou willen dat mijn kind geen autisme had. Dat hij gewoon ‘normaal’ was, net zoals alle andere kinderen. Want door dat autisme is het soms allemaal behoorlijk moeilijk. Voor ons, maar vooral ook voor mijn zoon zelf. De stoornis is een handicap, het beperkt hem in zijn dagelijks leven. Dingen die hij graag zou willen lukken hem niet goed, of helemaal niet en voor alles moet hij meer moeite doen dan de kinderen die hij om zich heen ziet. Dat doet hem regelmatig pijn en ons dus ook. Want ik wil graag dat mijn zoon gelukkig is. Zijn autisme maakt hem ‘anders’. Dat is niet erg, maar of hij daar gelukkig van wordt, dat betwijfel ik soms. En dat is een steek recht in mijn moederhart.

Soms, als ik van een afstand naar hem kijk, dan doet het pijn. Omdat het zo duidelijk is dat hij er niet tussen past. Tussen al die andere kinderen op straat en in de speeltuin. Alles aan hem is anders. Hoe hij praat, hoe hij beweegt, hoe hij uit zijn ogen kijkt. Dat hij anders is maakt hem uiteraard niet minder, maar de mens is nou eenmaal toch een kuddedier. Het liefst lopen we zoveel mogelijk in de pas en vallen we zo min mogelijk op. En mijn zoon valt op. Alsof hij een koekoeksjong is tussen alle andere kuikens die met argusogen naar hem kijken. En zie dan maar eens te zorgen dat je het nest niet uitvalt. Ik zou hem willen opvangen, maar naarmate hij ouder wordt, onder mijn vleugels vandaan verdwijnt, wordt dat steeds moeilijker. Terwijl ik hem het liefst nooit zou laten uitvliegen, altijd zou willen blijven beschermen.

Maar dan kijk ik nog eens extra, nog eens goed en zie opeens ook nog iets anders. Zie dat dat gekke kuiken van mij eigenlijk best wel heel erg mooie veertjes heeft. Anders dan al die anderen inderdaad, maar precies daarom des te meer speciaal. Iedere ouder vindt zijn kind bijzonder. Slim. Mooi. De beste. Maar mijn zoon is het echt. Ik heb het altijd geweten, vanaf het allereerste moment dat ik hem in mijn armen had. Nog steeds kan ik me het moment herinneren dat hij me voor het eerst aankeek. Ik heb me nooit sterker met iemand verbonden gevoeld, geweten dat ik goud in handen had. Blauwe ogen in een klein, ernstig gezichtje. Niet slaperig, zoals de meeste pasgeboren baby’s. Nee, helder, verwonderd, opmerkzaam. Geen kind zoals alle andere. En dat is hij nog steeds niet en zal hij ook nooit worden. En, hoe moeilijk het soms ook is, heel vaak denk ik dan: gelukkig maar.

Want alleen maar ‘normalekinderen, dat zou toch saai zijn? Dan krijg je een wereld zonder kleur en het is soms al wel grauw en grijs genoeg, wat mij betreft. Kinderen, mensen, zoals mijn zoon, geven de wereld net dat beetje extra dat die nodig heeft. Ze lopen dan weliswaar niet helemaal in pas, maar brengen ons juist daardoor naar plekken waar we anders nooit gekomen waren. Want die gebaande paden zijn natuurlijk veilig, maar je weet nooit wat je tegenkomt als je eens de alternatieve route neemt. Mijn zoon heeft mij met andere ogen naar dingen laten kijken en daar ben ik hem heel dankbaar voor. Omdat hij me dingen heeft laten zien die ik anders vast gemist had. En de wereld die ik door zijn ogen zie een heel andere is dan die ik zelf zie. Anders, ja. Maar soms ook mooier, beter, grootser. En die wereld, die had ik dus echt nooit willen missen.

×