Direct door naar content
Mallory (dwarslaesie): ‘Ik wil weer terug het water in’ afbeelding nieuwsbericht

Mallory (dwarslaesie): ‘Ik wil weer terug het water in’

22 januari 2018

Op achttienjarige leeftijd liep Mallory het ziekenhuis in voor een medicinale injectie. Er ging wat gruwelijk fout, en daardoor raakte haar ruggenwervel beschadigd. Sindsdien kan ze niet meer lopen. Zwemmen, wat ze voorheen zo graag deed, gaf ze op. Eventjes dan, want ze gaf het uiteindelijk toch nog een kans. Als ze zwemt, voelt ze zich in haar element.

Mijn twee oudere zussen zwommen op een club en in het schoolteam.
Als jongste van het gezin werd ik altijd meegesleept als ze gingen trainen. Zo ben ik met zwemmen begonnen: ik wilde ook zo zijn als mijn zussen waar ik tegenop keek. Als ik ze bezig zag in het water, samen met hun vrienden, dan zag je dat ze lol hadden. Op mijn zevende had ik al zo de smaak te pakken, dat ik competities zwom.

Maar toen kreeg ik pech. Ik kreeg gordelroos. En helaas genas ik daar niet van, maar leverde het me blijvende zenuwpijn op. En daarom kreeg ik een injectie in mijn ruggenmerg. Het was een simpele procedure. Ik had nota bene al twee injecties ondergaan. Alleen ging het mis bij de derde. Ik moest met een dwarslaesie verder.

Een tijd lang heb ik me afgevraagd hoe het zo mis kon gaan. Tot ik er achter kwam dat ik de antwoorden nooit zal krijgen. Het enige dat ik weet, is dat ik voorheen kon lopen, en nu nooit meer. Ik heb geleerd dat het geen zin heeft om jezelf ‘waarom’ en ‘wat als’ af te blijven vragen. Alleen als je daar mee stopt dan sta je jezelf toe om verder te kunnen met je leven.

Ik kwam in het revalidatiecentrum terecht. Daar ontdekten de therapeuten dat ik een groot gedeelte van mijn leven had gezwommen. Daarom wilde ze therapie met me doen in het zwembad. Die eerste keer in het water herinner ik me nog heel goed. Met mijn rolstoel werd ik het bad ingereden, en toen realiseerde ik me dat ik het water niet meer kon voelen. Het zwembad was altijd mijn veilige plek geweest. Haast een soort heiligdom om tot mezelf te komen. Het voelde als mijn tweede natuur. Wat ik dit keer voelde, was hoe weinig zeggenschap ik had over mijn eigen lichaam. Ik vond het gewoonweg te moeilijk. Ik was vaker aan het huilen in het zwembad dan daarbuiten. Het was net alsof al mijn mooie herinneringen aan het zwemmen teniet werden gedaan. Geen zwembadtherapie meer voor mij dus, ik had niet het gevoel dat ik er bij gebaat was.

Totdat mijn oudste zus met een krantenartikel bij me langs kwam over de Paralympische Spelen. Er zouden selectierondes gehouden worden, en samen met mijn zus ben ik daar naar gaan kijken. Ik was één en al bewondering door wat ik zag. Ik zag mensen die hetzelfde waren als ik. Mensen in een rolstoel, maar ook blinde sporters, mannen en vrouwen die amputaties hadden ondergaan, of die hersenverlamming hadden. Tot dan toe was ik eigenlijk helemaal niet in contact gekomen met mensen met een beperking die aan sport deden. ‘Ik wil weer terug het water in’, was het eerste wat ik die avond tegen mijn ouders zei toen ik thuiskwam. Waarschijnlijk vonden ze dat een beetje raar, gezien mijn vele tranen die de zwembadsessies me hadden opgeleverd, maar dat lieten ze niet blijken. Ze steunden me alleen maar.

Dit keer ging ik met vertrouwen in mezelf het water in. Met elke armbeweging verwijderde ik me verder en verder van mijn rolstoel die aan de kant van het zwembad stond. Voor het eerst sinds ik verlamd raakte, voelde ik me weer vrij. Ik voelde me thuis en ik voelde me veilig. Ik had de controle over mijn lichaam weer terug.

Sinds ik een dwarslaesie heb, heb ik veel moeilijke momenten te verduren gehad. De enige constante factor die me daar doorheen hielp, was het zwemmen. Als je lichaam beperkt raakt, dan zijn er zoveel dingen die niet meer vanzelfsprekend gaan. Dat maakt je onzeker, en dat is waarschijnlijk een universeel gevoel wat we allemaal hebben. Zorg dat je je weer op je gemak voelt bij ongemakkelijkheden, laat je angsten en onzekerheden niet in de weg zitten om jezelf te laten zien en te ontplooien. Ook al is het nog zo eng, beangstigend zelfs om weer ‘gewoon’ onder de mensen te komen, het is het beste wat je voor jezelf kunt doen. Onthoud dat je altijd familie, vrienden, collega’s, kennissen en lotgenoten om je heen hebt die van je houden en die je steunen. Leun op hen als je dat nodig hebt. Want dat geeft je de moed en het vertrouwen om met onzekerheden om te gaan, waardoor jij weer verder en vooruit kunt met je leven.

 

Bron: wheel-life.org

×

Zoeken