Direct door naar content
Cora (34) heeft altijd pijn – en toch is ze heel gelukkig afbeelding nieuwsbericht

Cora (34) heeft altijd pijn – en toch is ze heel gelukkig

08 maart 2018

Cora (34) liep zeven jaar geleden na een val het Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS) op. Sindsdien doet haar lijf altijd verschrikkelijk pijn. Haar vriend bleef bij haar. Ze is er blij mee, maar ze is het zat om te horen dat dat zo knap van hem is. ‘Dat voelt alsof mensen het een straf vinden om met mij samen te leven.’

In mijn dromen gaan we vaak naar Parijs. Dan wandelen we urenlang langs de Seine, tot de mooie lantaarns aanschieten omdat het donker wordt. Dan zoeken we een terrasje en bestellen alles wat ons lekker lijkt. Een straatmuzikant loopt langs ons tafeltje en we geven hem wat geld. Dat is mijn leven in mijn dromen. Nog net zo impulsief, romantisch en simpel als het ooit was. Mijn vriend en ik zijn één keer in het echt samen in Parijs geweest. Het was in de herfst en ik zal nooit meer vergeten hoe de bladeren op het punt stonden van de bomen te vallen. Die kleuren. Het geel en het rood. Ik zal het met die ene herinnering aan Parijs moeten doen. Er naartoe gaan is geen optie meer.

Zeven jaar geleden, na een val van de trap, liep ik CRPS op. Het begon in mijn armen, inmiddels doet mijn hele lijf mee. Ik heb altijd pijn. Niet pijn zoals mensen zonder CRPS pijn kennen. Dit is pijn waardoor je wenst dat je dood bent. Pijn waar ik, ook na alle keren dat ik ‘m gevoeld heb, geen woorden voor heb. Geen woorden in ieder geval die dekken wat ik op dat moment voel. Mijn man omschrijft het aan anderen als pijn die zo’n zeer doet dat je er geen geluid bij maakt. Want als ik een aanval heb, dan ben ik muisstil. Ik vloek niet, ik zucht niet, dat kost teveel energie. Ik ben stil en hoop dat het snel voorbij is. Sinds ik dit heb is mijn leven compleet anders. Ik ben vooral thuis, kom amper nog buiten. Inspanning maakt mijn ziekte erger, dus dan is de keuze snel gemaakt. Vroeger gingen mijn man en ik naar het theater, dronken we koffie in de stad en liepen de deur plat bij vrienden. Nu niet meer.

Veel van mijn vrienden vonden het maar saai met mij, dus die vriendschappen zijn voorbij. Een paar mensen bleven, daar heb ik inmiddels een bijzondere band mee. Mijn vriend, inmiddels man, bleef ook. ‘Omdat hij van me houdt,’ zegt hij zelf wanneer mensen ernaar vragen. Ze doen dat soms terwijl ik er gewoon naast sta. ‘Knap dat jullie nog samen zijn,’ zeggen ze dan. Ik hoor wat ze echt bedoelen: ‘Knap dat je nog bij haar bent.’ Het kwetst me iedere keer weer. Want wat zij eigenlijk zeggen is dat het leven met mij niet waardevol is. Dat zij er allang vandoor waren gegaan. Misschien denken ze zelfs dat hij nog bij me is uit schuldgevoel. Omdat je een zieke vrouw toch niet alleen achter kunt laten. Het maakt me onzeker. Als iedereen er zo over denkt, zal er dan niet een kern van waarheid in zitten? Is het ook geen leven met mij? Ben ik alleen maar last? Eens in de zoveel tijd ontploft dat bommetje van onzekerheid. Steeds weer stelt mijn lieve man me gerust. Hij gaat naast me zitten en kijkt me diep in mijn ogen. En dan zegt hij die simpele woorden die hij ook andere mensen al zo vaak verteld heeft. ‘Ik ben nog bij je omdat ik van je hou. Zo simpel is het.’

Ik zie aan hem dat hij de waarheid spreekt. En ik ken zijn oprechte ziel na zeven jaar door en door. Twee jaar geleden was het gesprek daarover nog niet afgelopen. Hij ging verder, waar hij normaal zijn mond houdt en weer verder gaat met waar hij mee bezig was. ‘Ik ben ook van plan voor altijd van jou te blijven houden,’ fluisterde hij. Ik glimlachte en toen ging hij op één knie. In de binnenzak van zijn colbertje zat een ring, die daar blijkbaar al dagen zat, wachtend op het juiste moment. ‘Lieve Cora,’ sprak hij. ‘Mag ik alsjeblieft de rest van mijn leven bij jou blijven?’ Natuurlijk zei ik ja. En in stilte dankte ik iemand daarboven. Zoals iedere vrouw met een geweldige man daar dankbaar voor zou moeten zijn. Los van mijn ziekte, los van mijn handicap. Gewoon omdat het niet vanzelfsprekend is dat je ooit zulke bijzondere liefde mag ervaren.’

×