Direct door naar content
Een brief aan de moeder in de rolstoel: "Jij bent de bom!" afbeelding nieuwsbericht

Een brief aan de moeder in de rolstoel: "Jij bent de bom!"

19 februari 2018

Renée zag een moeder in een rolstoel, met haar peuterzoon aan haar hand. Ze staarde, terwijl ze dat eigenlijk niet wilde. "Ik keek omdat alles je, ondanks je handicap, zo makkelijk leek af te gaan. Het leek je geen greintje extra moeite te kosten. Wat zeg ik? Je leek het beter voor elkaar te hebben dan ik. Jouw kind luisterde namelijk wel naar je."

Elke ochtend mijn twee kinderen aankleden: luiers, onderbroeken, twee dezelfde sokken en als het buiten koud is een muts en een sjaal. Ik ben de eerste om toe te geven dat ik het een heel geregel vind. Mijn kinderen, zoals alle andere kinderen volgens mij, maken er een sport van om niet mee te werken. Het aandoen van schoenen is dagelijks het grootste drama. Op school trekt mijn zoontje van 4 ze moeiteloos zelf uit en aan, maar thuis schreeuwt hij alles bij elkaar wanneer ik dat van hem vraag. ‘Want, mama, ik kan het écht niet.’ Al weet ik dat het onzin is, ik help hem dan toch maar weer. Dat is een stuk sneller dan er steeds de discussie over aangaan.

Kinderen opvoeden: ik vind het soms zwaar. De ene dag meer dan de andere. Vorige week was een dieptepunt. Ik sidderde na van de griep en mijn kinderen zagen hun kans schoon om lekker dwars te liggen. Dat was de dag dat ik jou tegenkwam in de supermarkt. Een jonge moeder in een rolstoel. Je hield de hand van je zoontje vast en toch wist je jezelf vooruit te rollen. En dat zonder in rondjes te gaan, wat mij toch haast onmogelijk leek, maar het lukte je. Al het andere lukte je ook. Boodschappen doen, je kind aansturen, afrekenen en daarna al die boodschappen meenemen naar huis. Het ging op een rustige, gecoördineerde manier waar ik alleen van kan dromen.

Ik geef toe dat ik naar je keek. Waarschijnlijk heb je het wel gevoeld. Of misschien niet, omdat je inmiddels zo gewend bent aan die starende blikken dat je het niet eens meer door hebt. Hoe dan ook. Ik probeerde niet te kijken, maar het ging vanzelf. Het was niet uit medelijden, niet voor jou of voor je zoontje. Ik keek omdat alles je, ondanks je handicap, zo makkelijk af leek te gaan. Het leek je geen greintje extra moeite te kosten. Wat zeg ik? Je leek het beter voor elkaar te hebben dan ik. Jouw kind luisterde namelijk wel naar je.

Ik ken je niet en ook niet je verhaal. Ik weet niet of je opgroeide in die stoel of dat er in je leven iets gebeurde waardoor je ertoe veroordeeld werd. Misschien zit het wel heel anders en geeft de stoel je vrijheden die je eerder niet had. Ik kan me voorstellen dat veel mensen oordeelden toen je vertelde over je kinderwens of toen je een dikke buik had. Ze zullen misschien gedacht hebben dat het niet kan, een kind opvoeden terwijl je gehandicapt bent. Ze zullen het misschien zelfs tegen je hebben gezegd. Wat ik vandaag zag was een moeder die haar zaakjes op orde had. Het is misschien niet altijd makkelijk, dat is het voor geen enkele moeder. Wat ik zag was een moeder die net zo goed een moeder kan zijn als ieder ander. Die net zoveel van haar kind houdt. Natuurlijk ben ik nieuwsgierig. Naar hoe je je kind ‘s ochtend aankleedt, of hem douchte toen hij nog niet alleen onder de straal kon. De antwoorden maken eigenlijk niet uit. Hoe je het ook hebt gedaan, het is je gelukt. Want aan je hand zag ik een blij jongetje lopen. Een stoer ventje in een dino-pak. Een dino-pak net zoals mijn zoontje heeft.

×

Zoeken