Direct door naar content
Vivian (23, meervoudig beperkt) twijfelt: zal ze wel of niet zelfstandig gaan wonen? afbeelding nieuwsbericht

Vivian (23, meervoudig beperkt) twijfelt: zal ze wel of niet zelfstandig gaan wonen?

22 februari 2018

Vivian van Leeuwen (23) is docent Nederlands in opleiding en heeft een zeldzame darmziekte met chronische vermoeidheid, doofheid, slechtziendheid en rolstoelafhankelijkheid tot gevolg. Ze woont nog bij haar ouders, maar soms kriebelt het: moet ze niet op zichzelf gaan wonen?

Op jezelf gaan wonen: het is een stap die logischerwijs zo rond of na je studententijd gezet wordt. Net als met andere dingen ligt dit bij mij een tikkeltje anders: dat ik nog wel een poos bij mijn ouders zou blijven wonen heeft jarenlang als een paal boven water gestaan. Zeker sinds we verhuisd zijn naar een woning waar ik een slaap- en badkamer beneden heb, perfect aangepast en helemaal mijn eigen plek, met mijn ouders altijd in de buurt. Ik ben me er maar al te goed van bewust dat ik hier hartstikke goed zit. 

Maar toch zou ik het best zien zitten, uit huis gaan. Deels omdat ik het misschien best wel fijn zou vinden om die eigen plek te hebben, maar deels ook omdat het in mijn beleving hoort bij volwassenheid. Ik merk dat ik steeds meer toe aangetrokken voel tot zelfstandigheid. Tenminste… voor zover dat mogelijk is, natuurlijk. Want op mezelf gaan wonen zou betekenen dat het een woning moet zijn met beschikbaarheid van zorg. Dat vind ik niet echt een punt: ik ben altijd zorgafhankelijk geweest en ik heb altijd andere mensen nodig gehad om te helpen bij mijn dagelijks leven. Ik vind het vooral belangrijk dat ik die hulp óók in het kader van zelfstandig wonen kan krijgen.

Maar op jezelf wonen heeft natuurlijknog wel meer om het lijf. Het huishouden, bijvoorbeeld, maar ook rekeningen, administratie, huurkosten, en persoonlijke zelfredzaamheid. En dat roept toch vragen op: de administratieve zaken kan mijn vader me leren, maar hoe zit het met het huishouden? Leren is één ding, maar de energie hebben om alles schoon en netjes te houden in een vierkamerappartement is iets anders. Zou ik dan naast de verplegende- en verzorgende assistentie ook een huishoudelijke hulp moeten inhuren? Dat kán natuurlijk, maar stel dat ik maar weinig kan werken en dat ik van een minimumuitkering rond moet komen. 

En dan is er nog het sociale stukje: ik denk dat ik behoorlijk eenzaam zou zijn als ik op mezelf zou wonen. Een groot deel van de week zal ik toch thuis zijn omdat ik niet fulltime kan werken, en eropuit gaan om met mensen af te spreken is ook niet bepaald vanzelfsprekend. In mijn huidige situatie zijn mijn ouders altijd in de buurt en heb ik altijd mensen om mee te praten, en dat zou ik wel erg gaan missen – zeker omdat het losmakingsproces tussen mij en mijn ouders nog achterloopt.

Ik denk dat ik op dit moment nog niet echt overzie wat het betekent om echt op mezelf te wonen. Het klinkt ontzettend fijn om alle vrijheid en zelfstandigheid te hebben, maar ik vermoed dat het in de praktijk veel intensiever is dan ik kan voorzien en dat ik veel meer zelf moet doen dan nu. Het is wel iets wat ik graag wil, maar ook iets waar ik naartoe wil groeien: door erover te praten, door te besluiten dat ik de stap nog niet ga zetten vóór ik een baan of zicht op invulling van mijn carrière heb, door misschien eens wat informatie in te winnen bij lotgenootjes of mensen van wooninstanties… door langzame en misschien wat onzekere pasjes te zetten en zo te ontdekken hoe we het kunnen aanpakken. 

×