Direct door naar content
Marjoleijn settelt niet langer voor de eerste de beste man: "Ik wil passie" afbeelding nieuwsbericht

Marjoleijn settelt niet langer voor de eerste de beste man: "Ik wil passie"

11 maart 2018

Marjoleijn (28) verbrak kortgeleden haar relatie. Jarenlang was ze met een man op wie ze eigenlijk niet verliefd was, omdat ze dacht dat ze niet beter verdiende. Maar dat is nu voorbij.

‘Wanneer hij naar zijn werk vertrok, gaf hij me een kus op mijn mond. Net als wanneer hij ‘s middags weer thuiskwam. Het was een kus zonder gevoel. Het was routine, iets wat we gewoon deden. Om eerlijk te zijn heb ik nooit kriebels gehad wanneer hij me kuste. Kussen hoort er gewoon bij, wanneer je een relatie hebt. Ik moest allang blij zijn dat iemand met mij wilde zijn, toch? Ergens van binnen zat bij mij de overtuiging dat ik geen liefde waard was. Wie wil er nou met een vrouw in een rolstoel samen zijn? Die door haar zwakke spieren veel niet kan en vaak hulp nodig heeft. Daar zit toch geen man op te wachten?

Het was een chronisch gebrek aan zelfvertrouwen. Waar kwam het vandaan, vraag ik me nu wel eens af. Mijn ouders houden van me en hebben me altijd alle liefde gegeven die ik nodig had. Ze vertelden me keer op keer dat ik net zo waardevol was als ieder ander. En toch, in een harde maatschappij waarin een gehandicapte er niet echt bij hoort, ontwikkelde ik dat gevoel. Dus toen ik op mijn negentiende een man ontmoette die mij zag zitten, zei ik eigenlijk meteen ja. Ik ga met je mee. Dan heb ik in ieder geval iemand.

Al vanaf mijn zestiende, toen vriendinnen vriendjes kregen, was ik bang alleen over te blijven. Jongens op mijn middelbare school keken niet naar me om. Veel te complex, zo’n meisje als ik. Ik begreep eigenlijk heel goed dat ze liever voor mijn vriendinnen gingen. Kijk die lange benen in die korte rokjes. Kijk de hakjes die ze droegen en dat nonchalante loopje. Als ik een jongen was, zou ik het ook wel weten. Het voelde logisch dat op een schoolfeest niemand met mij wilde dansen. Het was puberale onzekerheid die voor een meisje in een rolstoel extra zwaar gold. Ik vond mezelf maar waardeloos.

Toen ik via mijn broer een jongen ontmoette die met me praatte, die naar me knipoogde en zelfs met me wilde zoenen, was ik verkocht. Onder de pannen, dacht ik. Mijn eisen waren lager dan laag. Was je een beetje aardig, dan was dat genoeg. En dat was mijn ex. Hij hield van me. Vraag me nu niet of ik ook van hem hield, want daar ben ik nog niet uit. Ik was graag bij hem. Kriebels in mijn buik heb ik nooit gevoeld. Het was vertrouwd en veilig en ik hoorde bij hem. Dat voelde minder eenzaam dan alleen zijn. Zeven jaar waren we samen. Nooit was er ruzie, maar passie was er ook niet. Hij hielp me met ongekend geduld en daar was ik hem dankbaar voor. Tot hij op een dag weer uit zijn werk kwam, me een kus gaf en ik voor het eerst bewust stilstond bij wat ik voelde. Of eigenlijk vooral bij wat ik niet voelde. Geen twinkeling, geen vonkje, niet eens een kriebeltje. Het bracht me net zoveel opwinding als een bezoekje van mijn broer of mijn moeder.

Ik was niet langer die onzekere puber. Ik was een volwassen vrouw geworden, die was gaan verlangen naar gepassioneerde, meeslepende liefde. Ik wilde uit het raam turen tot ik mijn man thuis zag komen en dan naar de deur vliegen uit puur verlangen. Het dubbele was: juist door mijn ex-vriend had ik het vertrouwen in mezelf terug gekregen. En nu was ik sterk genoeg om hem te verlaten. Zo cru kan het leven zijn. Die avond riep ik hem bij me aan de keukentafel en vertelde ik wat er op mijn hart lag. Hij was in tranen, al herkende hij mijn gevoel. Ik ben inmiddels vier maanden single. Ik vind het eng, ik vind het verwarrend en heerlijk tegelijk. Maar ik vertrouw erop dat ooit in mijn leven zal voelen waar iedereen over praat. Ongecontroleerde liefde. Want al is mijn lijf misschien anders dan dat van andere mensen, het heeft dezelfde verlangens.’

 

×