Direct door naar content
Nadine (22) weet wel raad met arbeidsmarktdiscriminatie: ‘Ik word zo goed dat geen baas meer om me heen kan’ afbeelding nieuwsbericht

Nadine (22) weet wel raad met arbeidsmarktdiscriminatie: ‘Ik word zo goed dat geen baas meer om me heen kan’

23 maart 2018

Nadine (22) weet dat een baan vinden met een rolstoel net een tikkie lastiger kan zijn. Daarom studeert ze zich compleet uit de naad, zodat, zoals zij zegt: ‘Geen werkgever straks meer om me heen kan.’

‘Ooit kreeg ik het advies om naar de mavo te gaan. Ik wil geen slachtoffer spelen maar ik vraag me nog altijd af of dat advies te maken had met mijn handicap. Dat de juf dacht: ‘Ga jij maar naar de mavo en maak je vooral niet te druk. In een rolstoel is het leven al ingewikkeld genoeg.’ Ze had het ontkend, als ik het haar had gevraagd. Natuurlijk. Misschien was het niet eens bewust. Mijn cito-score was goed. Daar kwam een havo-advies uit. Ik was goed in lezen en rekenen en hielp mijn klasgenootjes wanneer zij daar moeite mee hadden. Ik was een sociaal en blij kind. Mijn benen waren niet goed gegroeid in de buik van mama, vertelden mijn ouders me. Ach, ik zat er niet zo mee. Mijn rolstoel hoorde bij me. Dat gevoel dat je langs de zijlijn staat en niet mee kunt doen, waar ik andere mensen in een rolstoel wel eens over hoor, dat ken ik niet. Want ik deed altijd mee. Zo goed en zo kwaad als het ging.

Dat mavo-advies zat me dwars, natuurlijk. Mijn ouders twijfelden er ook over. Zij waren ervan overtuigd dat ik meer in mijn mars had. Niet dat er iets mis is met de mavo. Ik vind dat iedereen zijn potentieel zoveel mogelijk uit moet laten komen. Toen al was ik een ambitieus meisje. Ik wilde niet moeder of juf worden zoals mijn vriendinnen. Ik wilde als astronaut de ruimte in. Wist ik veel dat dat met een rolstoel nogal lastig is. Ik droomde ervan om dokter te worden in het ziekenhuis. Mensen redden. Hoe gaaf zou dat zijn? Mijn ouders hebben me altijd gestimuleerd om mijn dromen na te jagen. Droom vooral lekker groot, riepen zij. Toch stuurden ze mij op mijn 12e naar de mavo. Ze wilden niet teveel van me vragen en het advies van mijn oude school was van grote invloed geweest.

Al na een paar maanden plaatste mijn nieuwe school me van de mavo-klas in een havo-klas. Het was voor hun snel duidelijk dat ik daar beter paste. Ik was in mijn nopjes, al moest ik weer helemaal opnieuw vrienden maken. Ik vond leren leuk en nadat ik mijn havo-diploma haalde, besloot ik verder te gaan voor mijn vwo. Mijn ouders vroegen nog of ik het zeker wist. Ja, heel zeker. Ik haalde het en stroomde door naar de universiteit. Daar had ik lang van gedroomd. De universiteit voelde voor mij als een entree tot alles wat ik maar wilde bereiken. Ik studeer me rot en doe er ook nog andere dingen naast. Ik ben heel actief binnen mijn jaarclub, ik zit in het bestuur van de studentenvereniging en pak iedere extra cursus, workshop of traineeship met beide handen aan.

Laatst vroeg een van mijn docenten waar mijn gedrevenheid vandaan komt. Of het misschien iets met mijn rolstoel te maken heeft. Ik voelde dat ik boos werd om zijn vraag. Ik wilde eigenlijk al antwoorden dat die twee dingen totaal los van elkaar stonden, toen ik er nog eens goed over na dacht. Was dat wel de waarheid? Of deed ik inderdaad extra hard mijn best om mijn handicap te compenseren? Na even twijfelen moest ik toegeven dat het een rol speelde. Al ging het niet bewust. Ergens was ik bang dat werkgevers liever kiezen voor iemand zonder handicap. Het is anders en misschien toch lastig. Dus doe ik alles om dat te voorkomen. Ik blaas ze omver met mijn kennis, ervaring en uitgebreide cv. Kijk, ik kan wel zielig doen en zeggen dat gehandicapten op de arbeidsmarkt gediscrimineerd worden, maar daar verander ik niks aan. Ik kan ook doen wat wél in mijn macht ligt. Daar kies ik voor. Ik word straks zo’n goede kandidaat voor een baas, dat hij mijn rolstoel en beperkingen niet meer ziet. Zo goed dat geen werkgever meer om me heen kan.’

×

Zoeken