Direct door naar content
Hartpatiënt én sporter? Dit kan het hartrevalidatiecentrum voor je betekenen. afbeelding nieuwsbericht

Hartpatiënt én sporter? Dit kan het hartrevalidatiecentrum voor je betekenen.

10 april 2018

Geef toe: veel sportscholen vinden het maar wat eng als je bij je bezoek vertelt dat er iets aan je hart mankeert. Logisch, de meeste leraren weten er weinig van. Het is beter om je te melden bij een hartrevalidatiecentrum.

Stel, je hebt een infarct meegemaakt waardoor je in het ziekenhuis terechtkwam en daarna ga je revalideren. Dan doe je dat meestal bij een hartrevalidatieprogramma. Daar wordt, naast je fysieke conditie, ook je mentale staat in de gaten gehouden. Wat voor klap heeft het infarct bij je achtergelaten? Je moet het maar durven allemaal; het vertrouwen in je leven en jezelf weer terugkrijgen. Soms word je juist inactiefals je ook maar iets voelt. Maar dat wat je voelt, hoeft niet te betekenen dat je weer onderuitgaat zal gaan. “Bij een hartrevalidatieclub zit je vast aan allerlei toeters en bellen,” zegt Dayenne Zwaagman, hartpatiënt en medeoprichter van Hart4Onderzoek. “Ze zien alles. Ik kan zo’n centrum echt aanraden. Meestal duurt zo’n traject een week of zes. Bij veel sportscholen moet je zelf uitvogelen wat wel en niet kan. Dat valt niet altijd mee, vooral omdat angst vaak mee speelt.” 

Maar ook omdat je bij de meeste sportscholen niet met vragen over lichamelijke signalen of klachten bij iemand met verstand van zaken kan aankloppen. Vragen over verergering, verslechtering en overbelasting bijvoorbeeld. Of: zijn de groepslessen niet te zwaar voor me? Kan en mag ik met spinning meedoen? Kunnen jullie reanimeren? “Het vervelende is ook dat je een negatieve ervaring vormt als het te zwaar is of als iets niet lukt,” zegt Dayenne. “De drempel om door te gaan wordt groter, waardoor je als hartpatiënt ook weer af kan haken.” Als je eenmaal het stempel ‘hartpatiënt’ hebtgekregen kun je het beste bij je specialist aankaarten dat je wil sporten, maar dat je niet weet waar je moet zijn en wat je allemaal aan kunt. Vraag of je doorverwezen kunt worden naar een hartrevalidatiecentrum. Meestal zijn die centra gebonden aan een ziekenhuis, maar het kan ook los, via een organisatie als Reade.

Vermijd vooral een eerste bezoek aan een ‘gewone’ sportschool. “Ik heb ook wel bij een paar gewone sportscholen getraind,” vertelt Dayenne. “Daar liepen van die personal trainers rond en die zeiden dan achteloos bij het voorbijlopen: ‘Joh, daar kan toch wel een paar kilo bovenop’. Of: ‘Je kunt toch wel wat langer rennen?’ Terwijl ze helemaal niet weten wie jij bent, of wat je aan kan. Ze zien alleen maar een jonge vrouw een beetje op een band rennen.” Weinig personal trainers beschikken nu eenmaal over een gedegen achtergrond in cardiovasculaire aandoeningen. Het is misschien ook niet reëel om dat van ze te verwachten. “Ik denk wel dat zo'n trainer zichzelf zal bijstellen als je het hem of haar uitlegt. Maar dan wordt het nog steeds geen aanpak op maat, maar een algemene benadering. Zo van: ‘Doe maar rustig aan en als je iets voelt, dan stop je.’ Vaak zijn er fysio's aan sportscholen verbonden, maar ook die hebben meestal slechts algemene kennis.”

Het gebrek aan kennis maakt de meeste trainers en fysio's voorzichtig en soms zelfs bang om met hartpatiënten aan de slag te gaan. En dan hebben we het nog niet eens over het gebruik van de juiste materialen en apparatuur. Ook als je medicatie slikt heeft dat natuurlijk uitwerkingen. “Als jouw trainer niet weet wat jij precies qua medicijnen gebruikt, dan kan daar soms een flinke knik zitten tussen wat wel en niet kan. Dat kan fataal aflopen. En dan maar hopen dat de AED het doet. Daarom ben ik altijd extra voorzichtigin een gewone sportschool,” benadrukt Dayenne. “Ik ken mezelf. En de omgeving. Als er iets gebeurt met je, dan weet je dat niemand je daar kan helpen. Alleen bij een hartrevalidatiecentrum kan en wil ik boven mijn grens gaan en komen. Hoewel ook menig hartrevalidatiecentrumprogramma beter kan trouwens. Het bestaande protocol is vooral gericht op ouderen: zestigplussers, dus. Met deze groep gooi je balletjes heen en weer. Ik ben een dertiger en heb andere doelen. Ik wil fietsen en rennen. Graag zou ik dat veranderd zien. Maar goed, dat is misschien weer een andere discussie, haha.”

Ook voor jou is er een geschikte sport die je leuk vindt, waarbij je aan je conditie en je gezondheid werkt én waarbij je een hoop gezelligheid vindt met mede-sporters. Benieuwd welke sportverenigingen er bij jou in de buurt zijn voor een proefles of lidmaatschap? Klik hier

×