Direct door naar content
Ambassadeur Fernand Verweij: één sport is geen sport afbeelding nieuwsbericht

Ambassadeur Fernand Verweij: één sport is geen sport

10 april 2018

In zijn jonge jaren sportte Fernand Verweij (41) het liefst zes keer per week. Gaandeweg kreeg hij steeds meer lichamelijke klachten en blessures. Pas na een paar jaar bleek dat die van een progressieve stofwisselingsziekte kwamen. Een collega wees hem op rolstoelsport. Zes dagen in de week actief sporten zit er niet meer in, maar fanatiek is hij wel. “Eén sport is geen sport. Ik wil verschillende spieren trainen en heb dus onder meer rolstoelbasketbal en crossfit gedaan. Nu doe ik rolstoelhockey in de nationale selectie en ik ga straks waarschijnlijk ook weer ijshockeyen.”

Fanatiek in de rolstoel
In de eerste tijd na zijn diagnose wist Verweij niet goed waar hij zou kunnen sporten of wat hij zou kunnen doen. Een collega in een rolstoel wees hem op rolstoelbasketbal. “Ik dacht dat rolstoelsport alleen was voor mensen met dwarslaesie of amputaties. ‘Ik ben niet invalide!’, zei ik tegen hem. Ik ging toch maar eens kijken, nou, dat was een eyeopener. Alleen al hoe mijn spieren ontspanden toen ik in een rolstoel ging zitten, want die gebruikte ik nog niet. Maar ook het spelletje zelf. Ik heb meteen fanatiek meegedaan, mijn handen lagen helemaal open. Toen de blaren na twee dagen waren geheeld ben ik weer gegaan!”

Zoektocht naar sport werd eigen experiment
“Het mooie van sport is de krachtmeting. Kijken hoe ik het doe ten opzichte van anderen, mezelf steeds willen verbeteren. In de rolstoelsport is dat best een uitdaging, want ik ben pas op latere leeftijd minder valide geworden. Jongens die al hun hele leven in een rolstoel zitten, rijden me met gemak voorbij. Soms frustrerend, maar logisch, en ik blijf proberen sterker te worden. Ik voel me een jonge hond, al gaat de spierkracht in mijn benen steeds verder achteruit.” Ook de zoektocht naar een goede sport werd gehinderd door de late diagnose. “Je hoort van de arts dat je X-ALD, versie AMN hebt en dan moet je het verder zelf uitvinden. In lotgenotengroepen kreeg ik geen antwoord op vragen over sport. Het is dus een eigen experiment geworden, wat werkt en wat niet. Daarom noem ik de naam van mijn ziekte ook, ik wil graag wél lotgenoten verder helpen met mijn ervaringen.”

Iedereen wijzen op meerwaarde van sport
Fernand wil dan ook zoveel mogelijk mensen aan het sporten krijgen. “Het heeft mij veel positieve dingen gebracht. Het sporten zelf, maar je leert ook mensen kennen die in een rolstoel zitten. Die weten bijvoorbeeld weer welke hulpmiddelen er zijn en hoe je die aanvraagt. Ik wil zo lang mogelijk zelfstandig blijven en sport helpt me daarbij. Ik praat op iedereen in om te gaan sporten, en ik wijs bijvoorbeeld ook mijn artsen in het AMC op de meerwaarde van sport. Zo kunnen zij nieuwe patiënten meteen de weg wijzen. Ik zou ook graag meer verbindingen leggen. Para ijshockey (ook wel sledgehockey genoemd) heeft nu maar twee teams in heel Nederland. Terwijl er vlakbij revalidatiecentrum De Hoogstraat in Utrecht een ijsbaan ligt. Daar liggen mogelijkheden!”

Stoute schoenen aan en sporten proberen
Mensen die, net als hijzelf destijds, niet weten wat voor sport ze kunnen doen, adviseert Fernand gewoon eens wat sporten uit te proberen. “Je hoeft geen paralympisch niveau te hebben, iedereen kan meedoen. Gewoon de stoute schoenen aantrekken en informeren wat er bij jou in de buurt is, bijvoorbeeld via Uniek Sporten. Neem de tijd om te kijken wat geschikt voor je is. Er is altijd een sport die bij je past. Omdat ik zelf hou van snelle sprintjes trekken zou ik niet snel gaan voor rolstoeltafeltennissen bijvoorbeeld, maar voor een ander past die sport juist weer perfect. Sport kan de kwaliteit van je leven verbeteren. Als ik iemand een duwtje in de rug kan geven met advies over sport of hulpmiddelen, dan doe ik dat graag!”

 

×