Direct door naar content
Hoe de blinde Ellen gaat 'kijken' bij sportwedstrijden van haar zoons afbeelding nieuwsbericht

Hoe de blinde Ellen gaat 'kijken' bij sportwedstrijden van haar zoons

24 april 2018

Ellen Koudijs is volledig blind sinds haar vijfde levensjaar. Ze is getrouwd, moeder van twee kinderen en beleidsmedewerker bij het RIVM. Ze schrijft op unieksporten.nl over haar dagelijks leven als blinde, werkende, sportende, moederende vrouw, die zoveel meer is dan haar handicap. 

Mijn beide zoons doen aan sport. Sportvelden liggen meestal zo dat ze niet of lastig bereikbaar zijn voor mij. De functies die van ouders verwacht worden bij een sportvereniging zijn ook al niet echt voor mij weggelegd. Coachen, rijden naar uitwedstrijden, bardienst, scheidsrechteren, ik zie het niet gebeuren. Meefietsen naar training en kijken bij een wedstrijd horen dus bij de dingen die papa doet bij ons thuis.

Natuurlijk toon ik graag mijn interesse en betrokkenheid. Ik vraag hoe het was, praat met ze over winnen en verliezen en ken de namen van teamgenoten. Af en toe ga ik mee als ze thuis spelen. Al strijden langs de lijn mijn eigen gevoelens met elkaar. Op geluid een sportwedstrijd volgen, is vrij kansloos. Aanwezig zijn is hier belangrijker dan het echt volgen. “Heel goed gedaan!” roept de coach tegen een van de kinderen in het veld. Laat dat nou net die van ons zijn…. Toch jammer dat ik die mooie actie dan niet gezien heb. Het hoeft van mij trouwens niet eens een mooie actie te zijn. Gewoon zien hoe je kind over het veld rent, plezier heeft of juist heel erg baalt, daar zou ik wat voor over hebben. Ach, het gaat ze erom dat ik er ben, hier sta langs de lijn. Of toch niet?

Afgelopen zondag speelde onze jongste zijn tweede, echte handbalwedstrijd thuis. Of ik kwam kijken. Zo gezegd, zo gedaan. Toen we vlak bij de vereniging van de tandem stapten zei hij ineens: “Oh, mama dan gaan al die kinderen uit mijn team en de ouders natuurlijk weer naar jou kijken. Echt heel interessant hoor zo’n blinde moeder”. Uit de manier waarop hij het zei, was duidelijk af te leiden dat hij daar niet zo blij mee was. Hij had daar duidelijk nog helemaal niet aan gedacht toen hij vroeg of ik kwam kijken. Schaamte, gene, niet willen opvallen, net zo zijn als de anderen? Geen idee welke van deze het dit keer was.

Na afloop besloot ik het hem toch nog even te vragen. “Nee, de anderen hadden niet uitgebreid naar mij gekeken”, vertelde hij. En hij was blij dat ik erbij was geweest. Komend weekend wil ik langs de lijn gaan staan bij de hockeywedstrijd van onze oudste. Misschien toch maar even vooraf aan hem vragen of hij dat een goed idee vindt.

×