Direct door naar content
Vivian (23, meervoudig beperkt) wil dat mensen weten: ze is niet doof, maar slechthorend afbeelding nieuwsbericht

Vivian (23, meervoudig beperkt) wil dat mensen weten: ze is niet doof, maar slechthorend

28 april 2018

Vivian van Leeuwen (23) is docent Nederlands in spe en heeft een zeldzame darmziekte met chronische vermoeidheid, doofheid, slechtziendheid en rolstoelafhankelijkheid tot gevolg. Over die doofheid heeft ze altijd met gemengde gevoelens nagedacht: is ze nou eigenlijk doof… of slechthorend?

Op de basisschool noemde een klasgenootje me een keer ‘’doof.’’ Ik herinner me nog heel goed dat ik dat helemaal niet leuk vond omdat ik niet doof was, maar slechthorend. ‘’Doof’’ klonk soms zo negatief, vond ik, al wist ik niet goed waarom. Misschien door het spottende ‘’ben je doof of zo’’ dat snel gezegd wordt door horende mensen onderling en dat voor mij als een soort belediging klonk door mijn eigen gehoorprobleem.

Ook nu vind ik het nog steeds een belangrijk verschil. Ik heb een gehoorprobleem, een gehoorbeperking, maar ik ben niet doof. Ik ben slechthorend. Met alle technologische mogelijkheden van gehoorapparaten en -implantaten lijkt het soms alsof echte doofheid niet meer bestaat, en daardoor heeft volledig doof zijn, dus echt helemaal niets meer horen, een heel absoluut gevoel. Als ik zeg ‘’ik ben doof’’, dan verwacht ik dat mensen dat interpreteren als ‘’je hoort dan dus helemaal niets.’’ En dat is niet zo.

Jazeker, ik ben doof – als ik mijn gehoorimplantaat niet draag. En dat is alleen maar ’s nachts of tijdens het douchen of zwemmen. Dat implantaat is mijn hele leven, kun je wel zeggen, want zonder hoor ik absoluut niets en kun je niet met me communiceren zonder gebarentaal of tolk. Als ik mijn implantaat wel draag, wat 98% van de tijd het geval is, ben ik slechthorend. Ik zal je soms vragen te herhalen wat je zei en als er veel geroezemoes is of als je moeilijk of zacht praat, lukt het horen niet goed. Maar ik kan wel gewoon een gesprek voeren, geluiden horen, muziek luisteren en eigenlijk een horend persoon zijn. Ik hoor dan slecht, maar ik hoor wel.

Daarom noem ik mezelf slechthorend in plaats van doof. Ik vind het belangrijk dat mensen weten dat ze wel met me kunnen praten en dat dat ook heus niet overdreven luid of dui-de-lijk hoeft, maar dat het zóu kunnen dat ik ze niet versta. Zo af en toe komt het idee bij me op om een button te kopen met daarop ‘’ik ben slechthorend’’ zodat mensen het meteen weten als ze me ontmoeten of tegenkomen. Maar het verschil vind ik vooral belangrijk. Ik ben niet doof, en dus niet volledig afgesloten van contact en geluid. Ik hoor meer wel dan niet, gelukkig. Ja, het is belangrijk om te weten dat ik sommige dingen níet hoor. Maar… er is genoeg wat ik wél hoor en daar gaat het mij om.

Mijn moeder zegt wel eens dat ik gewoon moet zeggen dat ik doof ben. En ik snap dat wel, want het is het zekere voor het onzekere nemen, en er moeten geen misverstanden ontstaan. Maar ik ben niet doof. Of als ik dat woord dan toch moet gebruiken, dan ben ik een soort van doof. Het is een term die veel te absoluut klinkt om mijn gehoor te beschrijven, dat is het punt – dus waarom zou ik dat woord gebruiken als slechthorend, in combinatie met mijn eigen uitleg, de lading veel beter dekt? Waarom zou ik zeggen dat ik doof ben als ik veel meer slechthorend ben dan echt doof?

×

Zoeken