Direct door naar content
Ellen (blind) valt totaal niet op uiterlijk afbeelding nieuwsbericht

Ellen (blind) valt totaal niet op uiterlijk

05 juni 2018

Ellen Koudijs is volledig blind sinds haar vijfde levensjaar. Ze is getrouwd, moeder van twee kinderen en beleidsmedewerker bij het RIVM. Ze schrijft op unieksporten.nl over haar dagelijks leven als blinde, werkende, sportende, moederende vrouw, die zoveel meer is dan haar handicap. 

“In de trein vang ik een gesprek op dat twee studentes met elkaar voeren. “Op wat voor type val jij? Ik houd van donker.” “Nou, ik vind dit wel een lekker ding.” Via de smartphone wordt er een foto tevoorschijn getoverd. Het gesprek gaat verder over uiterlijke kenmerken van het andere geslacht. Haarkleur, lengte, bouw, oogopslag, kleding, van alles passeert de revue.

Grappig, denk ik, daar houd ik me niet erg mee bezig. Alhoewel? Uiteindelijk speelt zijn “look” voor mij wel een rol. Mijn eerste indruk is nooit op basis van uiterlijke kenmerken. Wat dan wel? Ik kan niet direct een leidend kenmerk bedenken. Het zijn er meerdere. In gedachten zet ik ze op een rijtje.

Stem. Zeker, die is heel belangrijk. Ik houd van een donker, warm timbre. Pieperige mannenstemmen vallen bij mij af. Toch gaat het evenzeer om de manier van spreken. Een rustig tempo met een beetje melodie kan mij wel bekoren. Niet te sloom hoor, daar heb ik geen geduld voor.

Geur. Voor een lekkere aftershave ben ik best gevoelig. Niet te veel en niet te zwaar. Heel subtiel. Je moet het pas ruiken als iemand dicht genoeg bij je is. Het leuke van geur is dat het zorgt voor herkenning. Herkenning zonder dat iemand zijn mond open hoeft te doen. Geurloos mag ook. Vooral geen lichaamsgeuren als ongewassen kleren, rook of zweet. Hoewel dat laatste als het niet te veel of nog vers is, best iets heeft.

Manier van met mij omgaan. Dit is denk ik de belangrijkste. Anders gezegd: dit maakt of breekt mijn eerste indruk. Is iemand te onhandig of te nieuwsgierig, laat dan maar. Ongedwongenheid, humor en vanzelfsprekende behulpzaamheid: daar houd ik van. Iemand die je zonder zich op te dringen even een arm geeft bij het instappen van de trein. Die conducteur die even zijn hand op je arm legt als hij je kaart terug geeft. En dat brengt me bij de laatste van het rijtje.

Aanraking. Niet te veel, niet te overdreven en niet te intiem. Een onbekende man die zomaar mijn hand vast pakt, nee bedankt. Doet een bekende dat even om je subtiel bij te sturen dan voelt dat heel goed. Handen zeggen zoveel tegelijk. Of de hand op je schouder als iemand tegen je praat, niet constant maar af en toe. Om je te laten voelen, je hebt mijn volle aandacht, ik kijk je in de ogen. Wauw!

En ja, als die eerste indruk overgaat in langer contact, ben ik zeker geïnteresseerd in al die uiterlijke kenmerken. Al onthoud ik ze meestal niet.  Ik onthoud je stem, je manier van praten, je geur, hoe je me meeneemt en hoe je me (aan)raakt.”

×

Zoeken