Direct door naar content
Als Ellens zoon een wedstrijdje doet met zijn blinde moeder afbeelding nieuwsbericht

Als Ellens zoon een wedstrijdje doet met zijn blinde moeder

20 juni 2018

Ellen Koudijs is volledig blind sinds haar vijfde levensjaar. Ze is getrouwd, moeder van twee kinderen en beleidsmedewerker bij het RIVM. Ze schrijft op unieksporten.nl over haar dagelijks leven als blinde, werkende, sportende, moederende vrouw, die zoveel meer is dan haar handicap. 

Mijn oudste zoon moet ongeveer zeven jaar zijn geweest. "Jij kan vast niet zo hard rennen, mama", zei hij. "Oh ik kan heel hard hoor", bestreed ik zijn bewering. "Nee hoor, kijk maar.” En hij trok een sprintje door onze wijk. Ik deed een halfslachtige poging, maar rennen over een stoep met lantaarnpalen, boomwortels en fietsen is inderdaad niet zo'n goed idee met mijn blindenstok in de hand. "Zie je wel! Ik ben veel sneller”, klonk het een stuk verderop vol trots. Lachend liep ik naar hem toe. "Ja, jij bent super snel," beaamde ik, "maar ik ook hoor. Ik heb alleen wat meer ruimte nodig. Volgende keer als we op het strand zijn, zullen we nog wel eens zien wie er sneller is." Die avond vertel ik aan tafel over ons wedstrijdje van die middag en ons voornemen om het nog eens echt te testen.

Er verstreken maanden. Tijdens onze zomervakantie belandden we op Texel. Het was een bewolkte dag en we wandelden langs het strand. Het was eb, een breed strand zonder mensen strekte zich voor ons uit. Ineens herinnerde ik me onze afspraak van destijds. En ik vroeg aan mijn man: "Kan het nu?" Hij wist meteen waar ik op doelde, keek om zich heen en zei. "Ja hoor, ruimte zat." Ik twijfelde geen seconde en begon te rennen. Ook mijn oudste zoon was onze afspraak niet vergeten en hij sprintte met me mee.

Al gauw kreeg hij in de gaten dat die moeder van hem veel harder kan rennen dan hij had gedacht en veranderde van strategie. Vast niet bewust overigens. Hij ging voor mijn voeten lopen. Mijn man die alles van een afstandje gadesloeg, voorzag een botsing. Ik had immers geen idee dat hij zo dicht voor mij rende. Ook hij trok een sprintje en begon mij aanwijzingen te geven, zodat ik ruimte had. Zo sprintten we gedrieën verder.

Onze jongste zoon snapte er niets van. Ineens zag hij ons in een bloedtempo bij hem vandaan rennen. Zo snel kon hij nog niet. Hij rende een stukje achter ons aan, maar zag meteen dat hij ons niet kon bereiken en zette het op een brullen. Veruit de effectiefste manier om mij te laten stoppen natuurlijk. Ik hield mijn pas in, draaide me om en ging naar hem toe. "Ha, ha, ik ben toch lekker sneller mam!" klonk het verderop triomfantelijk.

We zijn inmiddels jaren verder en nog af en toe ren ik hand in hand met mijn zoon. Inmiddels is hij écht veel sneller dan ik. Het is heerlijk om samen met hem even een sprintje te trekken. Zelfs over een stoep vol lantaarns, boomwortels en fietsen.

×

Zoeken