Direct door naar content
Rolstoelhockey is veel meer dan een passie afbeelding nieuwsbericht

Rolstoelhockey is veel meer dan een passie

25 november 2018

Mijn broer en ik zitten aan tafel te eten. "Zusje. Valt je niet iets op aan mij?" Hij zit tegenover me. Ik scan hem. Nieuwe rolstoel? Nee. Ander kapsel? Ook niet. Dan zie ik een stuk plastic op zijn arm. Een verse tatoeage.

Over de hele lengte van zijn linkerbovenarm loopt een hockeystick. Eronder het jaartal waarin hij begon met rolstoelhockey. 1992. Ik reken terug. Hij was toen 7 en kon nog een beetje staan. Lopen niet meer, maar in zijn stoel blonk hij uit. 

Mijn broer kreeg een gulden voor ieder doelpunt van mijn ouders. Hij kwam elk weekend thuis als een rijke jongen. In het veld scheurde hij genadeloos hard. Zijn lichaam rechtop, hangend uit zijn stoel. Stick in zijn rechterhand, sturend met links. Zoekend naar een gaatje tussen al die wielen. Vergis je niet, dat gaat hard. Sommige spelers worden uit voorzorg vastgesnoerd in hun stoel.

Terwijl de bal aan zijn stick plakte, zocht hij de ruimte. Dan kwam de uithaal, een gemene mep tegen de bal, die dan vaak net onder de wielen van de keeper, of in een klein gaatje in de hoek van het doel viel. Er werden veel guldens verdiend in die tijd.

Zijn passie voor de sport bleef stabiel, zijn spierziekte niet. De hockeystick werd op een dag omgeruild voor een T-stick. Door dat stuk plastic, in de vorm van een kruis dat aan zijn voetensteun vastzit, kan hij blijven spelen. Mijn broer had de kracht in zijn handen niet meer om de handstick vast te houden. Ik heb hem er nooit over horen klagen, maar hij zal wel gevloekt hebben. Zoals hij nu ook vloekt als zijn vork weer uit zijn handen valt, waardoor zelfstandig eten steeds moeilijker wordt.

Hij is geen aanvaller meer. De laatste tijd staat hij veel op doel, maar hij heeft er plezier in. Keepen kan hij ook goed. Alles wijkt voor zijn wekelijkse training. De dagen voor en na een wedstrijd plant hij helemaal niks, om genoeg energie te hebben om op één dag drie keer te spelen.

Ondanks alle aanpassingen staat zijn sport voor het eerst in 26 jaar op de tocht. Zijn sportrolstoel van negen jaar oud heeft geen goede kantelfunctie, waardoor hij tussen de wedstrijden door niet goed uit kan rusten. De gemeente wil hem geen nieuwe geven. Regel het maar via crowdfunding, kreeg hij per brief te horen. Hij probeert via de rechter toch iets voor elkaar te krijgen. Er loopt ook een zaak over vervoer. Mijn broer kan alleen in de regio een taxi bestellen, maar hij traint verder weg. De gemeente wil dat hij alles in de regio doet. Er zijn daar alleen niet genoeg rolstoelhockeyers om een competitie te organiseren.

Elke keer moet hij weer uitleggen waarom deze sport zo belangrijk voor hem is. Het is veel meer dan zijn passie. In de hal hoeft hij niet uit te leggen wat hij heeft en wie hij is. Het zijn de enige momenten in zijn leven dat hij met lotgenoten is.

Zaterdag speelde hij in Eindhoven. De uitslag komt zoals gebruikelijk op de WhatsApp-groep van de familie. Eerste wedstrijd 7-2 verloren van Roermond. Tweede wedstrijd gewonnen van Breda met 4-1. De laatste wedstrijd tegen Rotterdam speelde hij niet mee. Het werd 3-3. Moe, maar tevreden, meldde hij. Ondanks een verkoudheid gepresteerd tot het niet meer ging, voegde hij er nog aan toe.

Het plastic is van zijn bovenarm. De tatoeage is mooi genezen. Het was blijkbaar nog een hele discussie met zijn verzorging wie de crème op zijn arm zou smeren, om de wond goed te laten genezen. Dat hoorde niet binnen het takenpakket van de mensen die hem helpen. Het is goedgekomen. Het staat er nu voor eeuwig. Rolstoelhockey, sinds 1992.

Bron: Trouw

×