Direct door naar content
Ellen (blind) heeft binnenpretjes tijdens het reizen in het OV afbeelding nieuwsbericht

Ellen (blind) heeft binnenpretjes tijdens het reizen in het OV

15 december 2018

Ellen Koudijs is volledig blind sinds haar vijfde levensjaar. Ze is getrouwd, moeder van twee kinderen en beleidsmedewerker bij Koninklijke Visio. Ze schrijft op unieksporten.nl over haar dagelijks leven als blinde, werkende, sportende, moederende vrouw, die zoveel meer is an haar handicap. 

Ik verplaats mij, zeker als ik alleen op pad ga,altijd per openbaar vervoer. Op weg naar mijn werk reis ik meestal in de spits. In het weekend of op mijn vrije dag, zit ik ook wel op andere momenten in de bus of de trein. 

In de spits is het vrij duidelijk. Strijden voor een plekje. Niemand die het in zijn hoofd haalt om zijn of haar tas op de bank naast zich te zetten. Alle plekken zijn bezet. Zelfs op de trap zitten mensen. Ik ben altijd weer stomverbaasd als ik bij mijn uitstapstation de trap afloop en de trapzitters niet eens een poging doen om even op te staan en aan de kant te gaan. Waarschijnlijk denken ze: “Ik zit en dat houd ik zo!”  Iedere keer weer moet ik mezelf bedwingen om niet een keer keihard door te lopen naar beneden. Tenslotte zie ik ze niet zitten en zij zitten met hun rug naar degene die de trap afloopt. Meestal wordt een botsing voorkomen door medereizigers die vragen of de trapzitter even op wil staan. Met zichtbare tegenzin staat men op en kan ik er makkelijker langs.

Buiten de spits gelden andere regels. Dan is het de bedoeling dat je je zo veel mogelijk verspreid. Dus naast iemand gaan zitten als er nog banken vrij zijn in de bus of coupé is eigenlijk not done. Nu overzie ik de situatie niet en zoek ik gewoon de eerste lege plek. Geregeld ga ik daardoor naast iemand zitten, terwijl er elders nog een lege bank is. Soms hoor ik een zucht of pakt iemand zijn spullen om zelf op de lege bank te gaan zitten. Stel je voor dat we te dicht bij elkaar zitten…

Iets anders wat het in de trein voor mij onhandig maakt, is dat mensen op hun plek blijven zitten. Dus zit je aan het gangpad en is degene naast je bij het raam opgestaan dan schuif je niet op. Als ik een vrije plek zoek, kan ik dat sowieso maar aan één kant tegelijk. Immers in mijn andere hand heb ik mijn stok. Ik voel of er schouders zijn. Zo’n lege plek bij het raam vind ik dus nooit.

Al deze ongeschreven regels over waar je wel of niet kan of zou moeten gaan zitten, leveren mij binnenpret op. Het bovenstaande is dus zeker niet als klacht bedoeld. Vooral als verbazing. Zonder mijn reisgenoten te kunnen bekijken heb ik toch lol om al mijn medereizigers.

×