Vind jouw sport
Van atletiek tot zwemmen: met onze Sportzoeker vind je gemakkelijk jouw favoriete sport of activiteit. Met meer dan 4250 sportclubs is er altijd een sport die bij je past.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) steunt de pilot Uniek Sporten Centraal Loket. Volgens Marcel Oosterveer, bestuurlijk ambassadeur van de VNG voor het VN-verdrag Handicap en burgemeester van Waalre, helpt het Uniek Sporten Centraal Loket gemeenten om inwoners met een beperking beter te laten meedoen. "Gemeenten hoeven dit niet allemaal zelf uit te vinden. Doe mee, ga aan de slag.”
Voor mensen met een beperking zou sporten net zo vanzelfsprekend moeten zijn als voor ieder ander. In de praktijk is dat nog niet altijd zo. Wie voor het sporten een sporthulpmiddel nodig heeft, loopt nog geregeld vast in het aanvraagproces. Ook de (financiële) ondersteuning verschilt sterk per gemeente. De pilot Uniek Sporten Centraal Loket moet daar verandering in brengen. Het loket ondersteunt gemeenten tijdens het hele proces met onafhankelijke, sportinhoudelijke expertise. De gemeente houdt zelf de regie en neemt het uiteindelijke besluit.
“Sport is ontzettend belangrijk. Het houdt mensen actief, brengt hen in contact met anderen en helpt mensen om volwaardig mee te doen.”
Een belangrijke stap, vindt Marcel Oosterveer. Waalre neemt sinds eind januari deel aan de pilot en behandelt inmiddels samen met het Centraal Loket de eerste aanvraag. "Iedereen moet kunnen meedoen in onze maatschappij. Voor mensen met een beperking is dat in de praktijk niet altijd vanzelfsprekend. En juist sport kan daarin voor veel mensen een onmisbare rol spelen”.
Een brede kijk op participatie
Gemeenten zijn vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verantwoordelijk voor het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van inwoners. Volgens Oosterveer vraagt dat om een bredere kijk op participatie. Het gaat niet alleen om de vraag óf iemand meedoet, maar ook hóe iemand actief kan deelnemen aan de samenleving. Toch wordt sport bij aanvragen voor sporthulpmiddelen nog geregeld beschouwd als iets extra’s: prettig om te doen, maar niet noodzakelijk. Dat beeld doet volgens Oosterveer geen recht aan de betekenis die sport in het leven van mensen kan hebben. “Sport is ontzettend belangrijk. Het houdt mensen actief, brengt hen in contact met anderen en helpt mensen om volwaardig mee te doen.”
Juist daarom verdienen sport en sporthulpmiddelen wat hem betreft dan ook een volwaardige plek binnen het Wmo-beleid en de sociale inclusieagenda van gemeenten. Gemeenten hebben daarbij de opdracht om een goede balans te vinden tussen doelmatige besteding van gemeenschapsgeld en de persoonlijke situatie en wensen van een inwoner. “Je kunt niet zeggen: je bent al lid van een boekenclub, dus je participeert al. Of: ga maar kaarten in plaats van sporten. Daarmee bepaalt de gemeente voor de inwoner wat een passende manier van meedoen is.” Volgens Oosterveer hebben gemeenten daarom behoefte aan een helder en menselijk afwegingskader. Het aanvullend Wmo-modelbeleid sporthulpmiddelen is daarin een eerste stap: een eenduidig kader dat ruimte laat voor lokaal maatwerk, maar tegelijkertijd helpt om aanvragen zorgvuldig en consistent te beoordelen.
Landelijke kennis, lokaal maatwerk
Gemeenten krijgen jaarlijks maar weinig aanvragen voor sporthulpmiddelen. Daardoor is het lastig om zelf voldoende specialistische kennis op te bouwen. Precies daar ligt volgens Oosterveer de kracht van het Uniek Sporten Centraal Loket. “Een gemeente krijgt misschien één keer per jaar een vraag over een sportrolstoel. Door de expertise centraal te organiseren, profiteren alle gemeenten van de kennis en ervaring die daar wordt opgebouwd. Een ambtenaar kan hier over een lopende aanvraag advies vragen en hoeft niet bij iedere aanvraag opnieuw het wiel uit te vinden.”
Het Centraal Loket ondersteunt gemeenten, maar neemt hun verantwoordelijkheid niet over. Zij behouden hun eigen beleidsvrijheid, blijven zelf bevoegd gezag en nemen uiteindelijk ook zelf het besluit. “Het Centraal Loket moet gemeenten met een uiteindelijk advies straks gaan helpen om betere afwegingen te maken en de kwaliteit van hun besluitvorming te versterken.”
“Er zijn verklaarbare verschillen tussen gemeenten, maar ook verschillen die niet goed uit te leggen zijn. Daar moeten we vanaf."
Gelijke kansen met ruimte voor lokaal beleid
Volgens Oosterveer hoeven lokale verschillen niet volledig te verdwijnen. Gemeenten maken nu eenmaal eigen keuzes die passen bij hun inwoners en lokale situatie. “Er zijn verklaarbare verschillen tussen gemeenten, maar ook verschillen die niet goed uit te leggen zijn. Daar moeten we vanaf. Het kan niet zo zijn dat iemand in de ene gemeente wel een sporthulpmiddel krijgt en in een andere gemeente onder vergelijkbare omstandigheden niet.”
Een integrale afweging; kijken naar de maatschappelijke opbrengst
De afweging rondom sporthulpmiddelen vraagt om een integrale blik. De kosten van sporthulpmiddelen vormen voor veel gemeenten een belangrijk discussiepunt, maar het is volgens Oosterveer te beperkt om alleen naar de Wmo-uitgaven te kijken. “Geld is een belangrijke discussie. “’Door te investeren in een sporthulpmiddel, investeer je ook in onderwerpen zoals ontmoeting, gezondheid, preventie en zelfredzaamheid. Hiermee kunnen kosten in de toekomst ook lager uitvallen.”
Door kennis, aanvragen en – belangrijker nog – ervaringen van verschillende gemeenten te bundelen, ontstaat bovendien beter inzicht in de behoefte aan sporthulpmiddelen en de oplossingen die werken. Dat helpt gemeenten om van elkaar te leren en aanvragen consistenter te beoordelen. Centralisatie kan volgens Oosterveer ook bijdragen aan een doelmatiger inzet van publieke middelen.
“Doe mee, ga aan de slag. Laat je in ieder geval informeren en leer van de ervaringen uit de pilot. Als gemeenten hoeven we dit niet allemaal afzonderlijk te organiseren.”
Sleutelrol van gemeente bij inclusie
Juist omdat gemeenten dicht bij hun inwoners staan, kunnen zij echt verandering teweegbrengen als het gaat om inclusie en participatie, aldus Oosterveer. “Gemeenten staan het dichtst bij hun inwoners. Daardoor weten zij wat er speelt en welke ondersteuning nodig is. Wij zijn vaak het eerste loket waar iemand aanklopt.” Juist daarom ziet Oosterveer de pilot als kans om die rol verder te versterken. Zijn oproep aan gemeenten die nog twijfelen, is helder: “Doe mee, ga aan de slag. Laat je in ieder geval informeren en leer van de ervaringen uit de pilot. Als gemeenten hoeven we dit niet allemaal afzonderlijk te organiseren.” Met de steun van de VNG hoopt Oosterveer dat steeds meer gemeenten sporthulpmiddelen gaan zien als belangrijke randvoorwaarde voor actieve participatie en zich aansluiten bij de pilot.
Persoonlijke ervaring
Voor Oosterveer is dit niet alleen een bestuurlijk vraagstuk, maar ook iets dat hem persoonlijk raakt. Hij werd in 2018 slechtziend en is sinds 2020 formeel blind. “Veel sportaccommodaties zijn voor mij niet toegankelijk. Mijn persoonlijke ervaring is dat ik daardoor bij veel sporten het idee heb niet mee te kunnen doen. Zelfs als je een passend hulpmiddel hebt, ben je er nog niet. Je moet ook de kleedkamer, het sportveld, het zwembad of de kantine kunnen bereiken en gebruiken. Het is daarom belangrijk dat gemeenten bij de aanleg of renovatie van sportaccommodaties vanaf het begin rekening houden met mensen met een beperking. ”Om daadwerkelijk mee te kunnen doen, moet niet alleen een sporthulpmiddel beschikbaar zijn, maar ook de sportomgeving toegankelijk zijn.
Wanneer is de pilot volgens Oosterveer geslaagd? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. “Als iemand eenvoudig een sporthulpmiddel kan aanvragen en het logisch en vanzelfsprekend is dat dit mogelijk is. Niet alleen voor topsporters of uitblinkers, maar voor iedere inwoner die een sporthulpmiddel nodig heeft om mee te kunnen doen.”
Dat is volgens Oosterveer de kern: een samenleving waarin een sporthulpmiddel vanzelfsprekend is voor iedereen die het nodig heeft om mee te kunnen doen.
Van atletiek tot zwemmen: met onze Sportzoeker vind je gemakkelijk jouw favoriete sport of activiteit. Met meer dan 4250 sportclubs is er altijd een sport die bij je past.