Direct door naar content
Hoe je een kind met autisme toch aan het sporten krijgt! afbeelding nieuwsbericht

Hoe je een kind met autisme toch aan het sporten krijgt!

14 februari 2018

Sport is goed voor lichaam en geest en juist daarom ook heel goed voor kinderen met autisme. Maar deze groep krijg je nog niet zo makkelijk aan het sporten, want sportactiviteiten leveren nogal wat extra prikkels op. Hoe weet je als ouder je autistische kind dan toch te stimuleren?

Kinderen met autisme worden vaak geplaagd door motorische problemen. Het bewegen verloopt anders dan bij leeftijdsgenoten zonder autisme. “Hun motorische ontwikkeling loopt vaak achter,” zegt orthopedagoog Guido Peeters, oprichter van de stichting Autside (www.autside.nl) uit Eindhoven. “Vroeg in hun ontwikkeling zie je kinderen met autisme soms op hun tenen lopen. Ze hebben meestal problemen met hun motoriek. Binnen de hulpverlening worden daarom vaak een fysiotherapeut of ergotherapeut aan deze kinderen met autisme gekoppeld. Zij zijn echt gebaat bij goed leren bewegen en sporten.”

Maar voor kinderen met autisme is sport niet altijd even vanzelfsprekend. Ze lopen herhaaldelijk tegen problemen aan tijdens het sporten. Veel jongeren met autisme zijn gevoelig voor prikkels. “En sporten creëert nu eenmaal veel prikkels, vooral bij teamsporten,” zegt Guido. “Er wordt onderling vaak flink geschreeuwd. Voor een kind met autisme kan dat net te veel zijn. Zo’n kind stopt sneller met sporten. Omdat hij of zij het niet meer leuk vindt. Vaak had dat voorkomen kunnen worden. Ook door de ouders.”

Als ouder is het belangrijk om vooraf goed duidelijk te maken wat een kind allemaal kan verwachten op het sportveld. “Een autistisch-vriendelijke omgeving is eigenlijk voor iedereen prettig. Wat dat betreft hebben we allemaal wel een element van autisme in ons. Alleen bezit iemand met autisme heel veel van die elementen. Dus is hij of zij gebaat bij informatie vooraf: wie, wat, waar, wanneer en hoe? Als je  op al deze vragen vooraf antwoord geeft aan je kind, zal je zien dat er al veel minder stress is bij hem of haar. Hoe concreter hoe beter.”

En zit je kind net als zijn of haar vriendjes en vriendinnetjes op dezelfde ‘gewone’ club in de buurt? Dan is het verstandig om even aan te kloppen bij de trainer of coach. “Vertel iets over je kind, maak het bespreekbaar. Dat is vaak het dilemma: vertel ik het wel of niet? Als die trainer of coach van niets weet, kan het gebeuren dat hij of zij boos wordt op het kind. Omdat het zich anders gedraagt. Dat kun je vermijden door uit te leggen dat je kind autisme heeft.”

Dat wil overigens niet zeggen dat je als ouder en kind altijd maar je hele verhaal moet doen aan de buitenwereld. “De regie moet je zelf houden, vind ik. Soms is de term autisme nogal beladen. Of wordt het geassocieerd met ‘vreemd’ of ‘gek’. Je kunt ook een aantal dingen of situaties benoemen die je kind moeilijk vindt. Of daar dan rekening mee kan worden gehouden. Dan hoef je het begrip autisme niet eens te noemen.”

Het zegt genoeg over de onbekendheid die er bestaat rond het thema autisme binnen de sport. “Die beladenheid mag er best vanaf. Zo ken ik een moeder met een zoon die tegen problemen opliep tijdens zwemles.  Een aantal onderdelen kreeg die jongen maar niet onder de knie. Hulp kreeg hij niet. Totdat die moeder vertelde dat zoon autisme had. Terwijl dat officieel niet eens zo was. Vervolgens waren er wel ineens allemaal aanpassingen mogelijk.  Schrijnend dat een label nodig is om hulp te krijgen.”

Hij geeft toe dat er inmiddels ‘best veel’ is verbeterd op het gebied van autisme en sport. “Ja, er zijn allerlei mogelijkheden binnen de hulpverlening ontstaan. Maar die zijn meestal afhankelijk van allerlei indicaties. Een organisatie door en voor jongeren met autisme was er nog niet. Zo ontstond onze stichting Autside. We organiseren dit jaar onder andere een sportevenement voor en door jongeren met autisme. Jongeren kunnen zich hiervoor inschrijven. Zo leren jongeren elkaar kennen. En wordt de drempel om naar een sportclub te stappen een stuk kleiner.”

 

 

 

×