Direct door naar content
Jan (43) verloor zijn been, maar niet zijn sportiviteit afbeelding nieuwsbericht

Jan (43) verloor zijn been, maar niet zijn sportiviteit

28 augustus 2018

Op relatief jonge leeftijd gevloerd worden door zware artrose en daarna je been moeten missen. Jan (43) kreeg flink wat te verduren. Maar het enige wat telt: hij leeft zijn leven weer, en sportief gezien telt hij nog altijd mee. 

Niemand had ooit kunnen vermoeden dat zijn operatie zo desastreus zou uitpakken. “Ik had veel slijtage in mijn knie, daarom werd besloten om een wig in mijn onderbeen aan te brengen”, vertelt Jan. Wat daarna volgde was een tijd van flink afzien. “Ik kreeg botpijn. De pijn was zo erg dat ik continue stoned was vanwege de methadon die ik nam. Ik voelde me zo beperkt, ik kon mezelf niet meer zijn. Ik voelde me geen vader meer voor mijn kinderen, ik kon amper nog lachen. Eigenlijk had ik geen leven meer.” De enige optie om voorgoed met zijn pijn af te rekenen, was een amputatie van zijn onderbeen. Dat is wat Jan ook besloot. “Natuurlijk heb ik de arts eventjes verweten dat er vooraf nooit rekening is gehouden met dit scenario. Tegelijkertijd dacht ik: ik kan makkelijk met een beschuldigende vinger wijzen, maar hij kon het vooraf ook niet weten. De amputatie zelf was voor mij geen moeilijke beslissing. Ik was helemaal klaar met mijn been. Ik heb me ook nooit zorgen gemaakt dat ik dingen daarna niet meer zou kunnen.”

Die nuchtere, luchtige houding maakte dat Jan nooit zijn humor is verloren. “Na de operatie plaatste ik een foto van mezelf op Facebook. Ik zat in mijn ziekenhuisbed en at als avondeten een kippenbout. ‘Nee, dat is niet mijn rechter been’, plaatste ik bij de foto. Naar mijn omgeving ben ik gelijk heel open geweest over mijn geamputeerde been. Met mijn jongste kind ging ik mee naar school om iedereen mijn prothese te laten zien. Als ik een korte broek draag, schaam ik me niet. Mensen zien toch wel dat ik een been mis. En als iemand vragen heeft, hoe het komt dat ik mijn been ben kwijtgeraakt, dan neem ik de tijd om dat te vertellen. Rare blikken of vreemde reacties krijg ik nooit. Het helpt als je er zelf heel open in bent.”

Wat voor Jan ook helpt, is sporten. Al vanaf jonge leeftijd staat hij op het voetbalveld, als speler en als trainer. Hij floot zelfs bij internationale wedstrijden, en inmiddels is hij had op weg om zijn oude niveau weer te bereiken. “Afgelopen juni heb ik bij het Eredivisie Beachsoccer gefloten. Het was zwaar, met mijn prothesebeen over het zand en steeds opletten hoe je moet lopen. Maar ik deed het en ik kon het. Het liefst had ik een sportprothese. Vooraf had ik geen idee dat zulke protheses niet vergoed worden door de zorgverzekering. Ze zijn zo duur dat ik het zelf niet op kan brengen. Daarom doe ik wat  wel kan: als scheidsrechter fluiten bij de jeugd, hopelijk straks ook weer bij het zaalvoetbal, en internationale toernoois fluiten, ook dat hoop ik te bereiken. Voor mij zou dat echt de kers op de taart zijn.”

Jan houdt er van om zichzelf doelen te stellen. Om die reden is hij, als enige invalide op de vereniging, lid geworden van een tennisclub. “Rolstoeltennis is echt pittig. Je zit veel lager, dus met serveren moet je veel hoger opslaan. Ook een backhand is moeilijk, daarbij zit je jezelf in de rolstoel in de weg. Juist dat moeilijke maakt het voor mij uitdagend om te doen. Sporten is een uitlaatklep. Als het wat minder goed met me gaat, dan is het heerlijk om mijn agressie eruit te slaan. 

En, wat eigenlijk nog het zwaarste weegt, is dat Jan niet meer aan de zijlijn staat. “Doordat ik lange tijd zo beperkt ben geweest, werd mijn wereld heel klein. Die wereld is nu veel groter, dat is een openbaring om mee te maken. Ik wil als voorbeeld meegeven aan mijn kinderen: gewoon doorgaan en doe datgene waar je plezier in hebt.” 

Fotografie: Lenus van der Broek


 

×