Direct door naar content
Onafhankelijkheid en doorzettingsvermogen maken Pepijn groot! afbeelding nieuwsbericht

Onafhankelijkheid en doorzettingsvermogen maken Pepijn groot!

18 december 2018

Pepijn de Groot (22) is geboren zonder rechter onderbeen en met een klompvoet. “Als kind van 9/10 jaar was ik opzoek naar een sport om te beoefenen, mij werd altijd nee verkocht, niemand wist raad met mijn handicap. Uiteindelijk kwam ik bij het roeien uit. Dit heb ik 7 jaar gedaan, alleen waren er voor mij geen doorgroeimogelijkheden in het reguliere team. Dus heb ik de keuze gemaakt om naar de paralympische talentendag te gaan, daar kwam ik in aanraking met atletiek. Met deze sport probeer ik me elke dag te verbeteren en het beste uit mezelf te halen, om te laten zien dat sporten met een handicap mogelijk is en niets onmogelijk is.” 

Atletiek bleek een goede keuze. Voor sprinten moet je sterk zijn, en laat krachttraining nou net iets zijn wat Pepijn graag doet. Ook al traint hij in een hechte groep waar hij het naar zijn zin heeft, traint hij het liefst alleen. “Gewoon lekker in mijn eentje het schema heel snel afwerken”. Maar ook sprinten werkt voor hem het beste als hij zich niet laat afleiden door zijn teamgenoten. “Ik vind het heerlijk om te sprinten als iedereen al naar huis gaat. Het is belangrijk dat ik mijn eigen race loop, want als anderen langzamer gaan, ga ik ook langzamer lopen. Bovendien kan ik blessures oplopen als ik me mee laat slepen door de rest en teveel push”.

Onafhankelijkheid is sowieso belangrijk voor Pepijn. Hier begon hij al vroeg mee, nog voor zijn eerste verjaardag liep hij al op zijn prothese, die toen der tijd nog uit hout werden gesneden. “Ik vind het belangrijk dat je niet altijd anderen nodig hebt. Dingen alleen doen kan je ontzettend veel zelfvertrouwen geven, zo wordt je sterker als persoon”. Zijn ouders lieten hem dan ook vaak zelf dingen ondervinden. Zo ging hij alleen voor het eerst naar de training met openbaar vervoer omdat atletiek iets was wat híj wilde. Natuurlijk steunde zijn ouders hem in zijn ambitie, maar het was toch echt iets wat hij zelf moest doen. 

Inmiddels is atletiek zijn leven. “Het is een uitlaatklep. Ik heb het concentratievermogen van een goudvis dus vind ik het onwijs lekker om soms alleen maar even met sport bezig te zijn en nergens anders aan te hoeven denken”. Tuurlijk zijn er momentjes dat ook hij er wel even klaar mee is, en wilt hij net als zijn leeftijdsgenoten wat avonden slijten in de kroeg of nachten lang gamen. “Dat zijn wel dingen die ik mis, anderzijds heb ik een hele hoop meegemaakt en gezien dankzij sport. Na een week niet sporten wordt ik stikchagrijnig en krijg ik echt een soort van afkickverschijnselen. Dan loop ik weer eens een sprint en ga ik net iets harder dan voorheen, dan denk ik: dit voelt toch wel heel lekker. Uiteindelijk is het ’t allemaal waard.” Zijn advies luidt dan ook: “Blijf plezier hebben in je sport. Als je er geen plezier in hebt of je doet het niet voor jezelf, dan werkt het niet. Wees niet bang om over te stappen of andere sporten te proberen want op die manier zal je ergens in uitblinken.” 

Sport jij nog helemaal niet?: “Ga gewoon eens proberen en laat je vooral niet beïnvloeden door andermans mening. Mensen vinden het alleen maar tof om mensen met een beperking te zien sporten. Toffer dan iemand die op de bank blijft zitten. Als je dan wat gaat proberen, leg het er niet na een keer bij neer, probeer het een paar weken. Is het niets, kan je een nieuwe sport gaan ontdekken! Het begin is misschien lastig, maar het moment dat je verbetering ziet, wordt dat je motivatie. En beter worden? Dat is een kwestie van herhalen, herhalen, herhalen”.

×