Direct door naar content
Dit is waarom Stephan (29, spierziekte) zich nooit te moe voelt om te hockeyen afbeelding nieuwsbericht

Dit is waarom Stephan (29, spierziekte) zich nooit te moe voelt om te hockeyen

01 augustus 2018

Naar buiten gaan, werken, dingen ondernemen, zelfstandig wonen, sporten: Stephan kan niet lopen vanwege zijn spierziekte, maar er is niets wat hem in de weg staat om een ontzettend druk en leuk leven te hebben.

Heb je geen beperking en wil je voetballen, dan ga je op voetbal. Voor iemand met een beperking ligt dat heel wat anders. “Ons kost het meer moeite om een vereniging te vinden waar we in een team mee kunnen spelen. Toen ik begon met hockey bij mijn vereniging Upward E-hockey in Arnhem, moesten we op zoek naar meer leden. Daarom vind ik het zo belangrijk dat gehandicaptensport op de kaart wordt gezet. Mensen met een beperking moeten weten dat zij ook gewoon mee kunnen doen.”

‘Gehandicapt’ vindt Stephan trouwens een naar woord. “Het klinkt zwaar. Ik gebruik liever het woord beperking.” De beperking van Stephan is dat hij een spierziekte heeft. Daardoor heeft hij minder kracht in zijn spieren en is gauw moe. Zijn spierkracht zal heel langzaam minder worden, maar daar houdt hij zich niet mee bezig en hij is er ook niet bang voor. “Ik vind dat je van elke dag moet genieten, of je nou een spierziekte hebt of niet. Toen ik nog jong was, kon ik nog een paar stappen lopen. Maar ook in mijn rolstoel kan ik nog heel veel dingen doen. Ik ga naar de bioscoop, uit eten, ik heb een baan en ik sport. Ik red me prima.”

Maandagavond is zijn trainingsavond voor hockey , iets wat hij al sinds zijn lagere schooltijd doet. Na een lange werkdag is het soms verleidelijk om een avondje op de bank te blijven, helemaal als je al weinig energie hebt. “Toch kies ik er steeds voor om wel te gaan. En achteraf ben ik daar altijd blij om. We hebben lol in de pauze en ik hou er van om actief bezig te zijn. Als ik aan het hockeyen ben, ga ik daar helemaal in op. Dat geeft me weer energie.” 

Toen Stephan nog een stuk jonger was, wilde hij het liefst succes hebben op het hockeyveld. Dat lukte hem ook, want hij was goed genoeg om mee te trainen met het Nederlandse rolstoelhockeyteam. “Dat vond ik een hoogtepunt. Uiteindelijk ben ik niet naar het EK gegaan, maar dat ik een jaar lang mee heb getraind was heel leuk om te doen. Nu is succes in de sport voor mij niet meer belangrijk. Het was mooi om op hoog niveau te spelen, maar belangrijk is het niet. Wat voor mij belangrijk is, is dat ik een leuke baan, een eigen woning en een sociaal leven heb. Want dat is waar hockey voor heeft gezorgd: dat ik heel veel mensen heb leren kennen en dat ik me echt een onderdeel van het team voel. En in een team sta je er nooit alleen voor.”

×