Direct door naar content
15 redenen om je autistische kind op een sportclub te doen afbeelding nieuwsbericht

15 redenen om je autistische kind op een sportclub te doen

04 oktober 2017

Valas zoon (7) heeft autisme. Hij loopt daardoor tegen nogal wat sociale en motorische moeilijkheden aan. Toch besloot Vala hem op een zwemclub te doen.

Mijn zoon is motorisch nooit de sterkste geweest. Zoals bij heel veel autistische kinderen zit zijn autisme niet alleen in zijn hoofd, maar ook heel erg in zijn lijf. Daarnaast is ‘ie sociaal, op z’n zachtst gezegd, onhandig. Dat bij elkaar opgeteld zou je dus zeggen dat een sportclubje voor hem niet het beste idee is. Toch zit hij sinds kort op een zwemclub en overweeg ik daarnaast hem op judo te doen. Waarom? Redenen genoeg:

1. Wat je (nog) niet kunt, kun je altijd leren. Dat je motorisch onhandig bent, betekent namelijk niet dat je dat ook hoeft te blijven. Oefening baart tenslotte kunst.

2. Van sporten word je sterk. En juist voor een kind als mijn zoon, die zich gedurende zijn leven helaas waarschijnlijk vaak tegen van alles en nog wat zal moeten wapenen, is het belangrijk dat hij zo krachtig mogelijk is. Mentaal, maar zeker ook fysiek.

3. Sporten verbindt. Zeker als je sociaal niet zo sterk bent, is een sportclub een handige manier om contacten op te doen. Je deelt iets en dat maakt dat je snel een gevoel van saamhorigheid, een gevoel van ‘erbij horen’ hebt.

4. Sporten is een uitlaatklep. Mijn zoon heeft vaak veel frustraties en door intensief te bewegen kan hij die kwijt.

5. Van sporten krijg je energie. Het leven is voor mijn zoon vaak erg vermoeiend. Hij kan dus wel wat extra energie gebruiken.

6. Van sporten word je moe. Een paradox met het vorige punt, maar toch waar en bovendien belangrijk, zeker voor een kind wiens hoofd altijd ‘aan’ staat. Het zwemmen zorgt ervoor dat zijn hoofd leeg wordt en hij zijn energie kwijt kan.

7. Van sporten ga je beter slapen. Kinderen met autisme hebben heel vaak slaapproblemen. Sporten maakt dat er bepaalde stofjes in je lijf worden aangemaakt die ervoor zorgen dat je beter en rustiger slaapt.

8. Mijn kind voelt zich er ‘normaaldoor. Iedereen zit op een clubje, dus waarom hij dan niet? Inderdaad, waarom eigenlijk niet? Want dat hij autisme heeft, wil niet zeggen dat hij niet ook nog gewoon een kind is.

9. Sporten geeft mijn kind structuur. De zwemclub is een terugkerend ding in het leven van mijn kind, in zijn routine. Iets dat heel belangrijk is voor een kind met autisme. Het geeft hem houvast en herkenning.

10. Sporten geeft mijn kind een hobby. Kinderen met autisme hebben vaak moeite zichzelf te vermaken, zelf dingen te bedenken die ze leuk vinden. Door hem op een clubje te doen hoeft hij daar niet zelf over na te denken.

11. Sporten leert hem om te gaan met autoriteit. Hij zal namelijk instructies van de trainer moeten opvolgen, iets dat niet eenvoudig is voor een autistisch kind. Maar hoe eerder hij dat leert, hoe beter.

12. Sporten leert hem om te gaan met teleurstellingen. Soms blijkt dat hij bepaalde dingen nog niet helemaal onder de knie heeft, maar wordt hij gedwongen zich daarin te oefenen. Opgeven is geen optie. Een belangrijke les voor meerdere facetten van het leven.

13. Sporten geeft hem zelfvertrouwen. Mijn kind leert namelijk, ondervindt aan den lijve, dat hij dus wél succes kan hebben, ook af en toe kan winnen.

14 Sporten motiveert. Je kunt namelijk altijd beter, sneller, meer. En iedereen heeft zijn eigen persoonlijke doelen die altijd verbeterd kunnen worden. Zo hoeft mijn kind zich niet te meten aan anderen, maar aan zichzelf. En kan hij dus altijd overwinnen.

15. Sporten is leuk. En dat is eigenlijk de belangrijkste reden van allemaal.

×